Alles op zijn tijd

Ik schreef het al eerder, maar het huisonderwijs van Victor is niet zoals je dat van een kleuter zou verwachten. Want hij houdt niet van knutselen en tekenen, of koekjes bakken en liedjes zingen.

Liever speelt hij gewoon. Of kijkt hij naar de Buurtpolitie of Air Crash Investigation om inspiratie op te doen voor zijn spel. Of denkt hij na. Over letters en cijfers bijvoorbeeld, en wat je daar allemaal mee kunt doen.

Zo begint hij te lezen. Steeds maar heel even, en als hij geen zin meer heeft, gaat hij gokken. Of uit de context afleiden wat het juiste woord zou kunnen zijn.

Ik schreef voor hem ‘papa eet een kom pap’. En toen ging het zo:
‘Papa eet een kom… havermout?’
‘Nee, Victor.’
‘Pudding?’
‘Nee, kijk eens naar de letters.’
‘OK dan… Aah. Pap!’

En toen we in het dikke boek van Vos en Haas lazen, wees ik hem erop dat er een vos getekend stond naast het zinnetje ‘dit is vos.’ Hij zag het, en las toen verder ‘en dit is… konijn!’ En OK, de haas die ernaast stond, leek uiteraard op een konijn. Maar hij had tenminste eens naar de letters kunnen kijken, of zich herinneren dat de titel, die hij net ervoor gelezen had, ‘Vos en Haas’ was.

Ook wiskunde vindt hij leuk. Hij leest intussen echt grote getallen en kan een beetje kloklezen, maar waar hij echt vrolijk van wordt, is van optellen en aftrekken. Ieder zijn hobby, zal ik maar zeggen.

Het lijkt er wel op dat hij de natuurlijke getallen begint te ontgroeien, want afgelopen weekend kreeg ik een triomfantelijk ‘min twee!’ te horen na de vraag ‘Hoeveel is 16 plus 18?’. Wat uiteraard fout was, maar wie geeft er nu ook om het bewerkingsteken, hè zeg?

En gisteren vroeg hij naar kommagetallen, de nerd, maar Marcel legde het zo moeilijk uit dat hij er ne schrik van gepakt heeft. Dat doet me trouwens denken aan die keer dat Marcel met de toen zes- en zevenjarige Leon en Robin een lijndiagram ging maken van de temperatuur van de afgelopen week, en hij even later een enthousiaste uitleg gaf over exponentiële functies. Dat is toen ook niet goed gekomen, nee.

Maar goed, ik zou waarschijnlijk blij moeten zijn met zo veel leerhonger. En dat ben ik ook wel, hoor. Het is alleen dat ik zou willen dat hij zich ook eens zou bezighouden met het leren van wat praktische life skills, zoals zich helemaal zelf aan- en uitkleden, zijn veters strikken of zijn neus snuiten.

Maar nee, daar heeft hij helemaal geen zin in. En dus moeten wij zijn alter ego, de vijfentwintigjarige politie-inspecteur Koen Baetens, al eens helpen met het aantrekken van zijn sokken zodat die precies goed zitten en hij geen naden voelt. Ach ja. Dat heeft ook wel zijn charmes. Heel af en toe dan toch.

Leuk, dat bewuste ouderschap!

Ik ben een bewuste ouder. Al jaren lees ik veel over de noden en ontwikkeling van kinderen, liefst wetenschappelijk onderbouwd. Ik las over hechting en opvoeding en later ook over onderwijs, en vertelde daarover heel veel aan Marcel, die dat zelf allemaal niet wou lezen, maar die toch ook geïnteresseerd was.

Borstvoeding, dragen en samen slapen hebben voor mij geen geheimen meer. OK, dragen wel, ik zou begot niet meer weten hoe je een draagdoek knoopt.

En verder ben ik niet te vinden voor straffen en belonen of voor uitspraken als ‘omdat ik het zeg’ en ‘stop eens met wenen, zo erg is dat nu toch ook weer niet, hè’.

Behalve een bewuste ouder, ben ik ook een ongeduldige, en af en toe autoritaire ouder. Want ik ben ook maar een mens. Maar goed, ik ben me dan toch al bewust van (de meeste van) mijn fouten.

Maar het is hier dus niet altijd peis en vree, voor alle duidelijkheid, met ouders die op zachte doch besliste toon grenzen aangeven en kindertjes die te allen tijde voor rede vatbaar zijn.

Hier wordt gemopperd, geschreeuwd, gehuild, gezeurd, gemept, geklaagd en gemokt. Niet allemaal door mij, trouwens. En ook niet heelder dagen. Maar toch.

Sinds kort worden er ook wat meer sarcastische opmerkingen gemaakt, door Victor dan. En altijd komt het woordje ‘leuk’ erin en worden ze met een verongelijkt gezicht uitgesproken.

‘Leuk, dat ik niet op schoot mag zitten!’
‘Leuk, dat je niet mee wilt helpen met mijn Kaplagebouw!’
‘Leuk, dat ik geen koek meer mag!’
en onlangs, toen ik hem had meegedeeld dat ik geen zin had om samen met hem naar Air Crash Investigation te kijken:
‘‘Leuk, je kind zo mishandelen!’

Dat mishandelen heeft hij van de Buurtpolitie, jawel, waarin onlangs een kind uren aan tafel moest blijven zitten totdat haar spruitjes op waren. Het arme schaap mocht niet eens naar het toilet, en plaste daardoor in haar broek.

Uiteraard heeft dat weinig te maken met in je eentje naar een leuk tv-programma te moeten kijken, en dat had Victor ook wel door. En dus kwam hij er later nog eens op terug, want hij vond toch dat ik hem ook mishandelde, net op dezelfde manier dan nog.

Uiteraard ontkende ik in alle toonaarden. Want willen dat je kind aan tafel blijft tot hij klaar is met eten (en nee, het bord hoeft niet leeg, en ja, een sanitaire pauze is wel toegestaan), vind ik iets anders dan dat Buurtpolitiescenario. Maar goed, Victor is een andere mening toegedaan. Ik ben al blij dat hij niet elke ochtend in de kring iets kan gaan vertellen.

Gelukkig kreeg ik eerder deze week een opsteker in de vorm van Leons rapport, waarin zijn juffen lyrisch waren over zijn zachtaardige karakter, zijn geweldige gevoel voor humor en zijn fijne manier van omgaan met de anderen.

En al spelen mijn goede genen vast ook een rol, toch zijn we wel goed bezig, denk ik dan. Speekmedaille!

Dagplanning deel 2

Het is nu vijf maanden geleden dat ik met deze blog begon, en ik hou dat hier begot goed vol, al zeg ik het zelf. Al was het nu wel anderhalve week geleden dat ik nog iets schreef, en dat is lang, ik weet het. Ik heb er niet eens een excuus voor.

Maar goed, ik begon ooit nog al eens met een blog, maar toen hield ik het al na een paar posts voor bekeken. Waarschijnlijk omdat Leon nog niet eens een jaar was en ik de uiterst schaarse tijd dat de kinderen allebei sliepen en ik niet, eigenlijk gewoon in de zetel wou hangen en met rust gelaten wou worden. Ook door dat zeurende stemmetje in mijn hoofd dat mekkerde dat het wel weer eens tijd was voor een nieuwe blogpost. En nee, ik had geen schizofrenie. En door de jarenlange onderbroken nachten ook geen greintje inspiratie trouwens.

Waar ik ook ooit mee begon, een maand geleden om precies te zijn, was het volgen van de dagplanning die ik maakte uit frustratie over mijn dagelijkse leven.

Ik zou ons huishouden routinematig en structureel aanpakken.
Ik zou Victor elke dag onverdeelde aandacht geven en hem na het middageten mee naar buiten slepen.
Ik zou elke avond netjes op tijd een evenwichtig maal klaarmaken.
En ik zou elke dag helemaal alleen gaan wandelen.

Klinkt goed (nog steeds, ja), en ook haalbaar. Of het zelfs maar enigszins gelukt is?

Ik hield het welgeteld een halve dag vol. En toen kwam er iets tussen, ik weet al niet meer wat. En voor de rest ben ik intussen ook ziek geweest, en Victor ook. En Robin had een week afstandsonderwijs. En daarna was het krokusvakantie.

Allemaal dingen die ons alledaagse leven verstoorden, wat niet echt helpt als je goede gewoontes wilt opbouwen. Wat ook niet helpt, is stiekem een hekel hebben aan saaie routines. En lui zijn. Of nee, ongemotiveerd, dat is een beter woord.

Al moet ik wel zeggen dat ik ongeveer elke dag alleen ben gaan wandelen (of eerder nordic walken maar dan zonder stokken), dus ik heb wel al een stap (pun intented) in de goede richting gezet. Laat het gerust weten als je trots op me bent ;-).

Valentijn

Aaah, Valentijn. Het feest van de liefde. Wat is er mooier dan op 14 februari je geliefde te verrassen met een prachtig boeket bloemen, een doos chocoladen hartjes of een mooie kaart met een zelfgeschreven gedicht?

 ‘Zondag is het Valentijn en ik ben zó benieuwd wat ik ga krijgen’, zei ik eerder deze week.
‘Ik ook’, antwoordde Marcel.

Misschien achtte hij het mogelijk dat ik van iemand anders een valentijnscadeau zou krijgen, je weet natuurlijk maar nooit.

Maar zelf had hij dus niks. Hij was zelfs te lui om pistolets te gaan halen vanmorgen. Maar ik ook, hoor, en ik had ook niks voor hem, dus dat kwam goed uit. En gelukkig was er nog genoeg brood in huis.

Maar wij doen dus niet aan Valentijn. En dus is vandaag een zondag als alle andere. Maar wél eentje waarin ik al nuttig bezig ben geweest.

Want Victor is nogal gegroeid de laatste tijd, en dus voelde ik me geroepen om zijn kledinglade op orde te zetten. Lade, ja, want al zijn kleren passen in één lade. Behalve zijn jas dan, maar wie steekt er nu ook een jas in een lade?

In die ene lade zit alles wat hem nu past, behalve de pyjama die hij afgelopen nacht droeg en een T-shirt en een trui, die nog in de was zijn.

Ja maar, hoor ik je al denken, als dit al Victors kleren zijn behalve die twee stuks die nu in de was zijn, wat draagt hij dan op dit eigenste moment? Hij heeft toch zeker zijn pyjama niet meer aan hè zeg?!?

Maar nee, gij! Allez ja, vandaag toch niet. Vandaag koos hij voor zijn politiepak, lieve lezer. Oftewel een donkerblauwe T-shirt en een blauwe joggingbroek. Allebei te klein. Maar ze mogen niet weg, oh nee. Niet! Want de blauwe kleren in zijn nieuwe maat zijn blijkbaar niet politie-achtig genoeg.

Enfin, wat voor de rest nog te klein was, vloog uit de lade en de kleren in zijn nieuwe maat konden erin. Die komen bijna allemaal van zijn broers trouwens, maar hij is er oprecht blij mee, en het is ook lekker goedkoop.

Zijn lade ziet er nu zo uit:

Is dit geen minimalistische garderobe om u tegen te zeggen? Nee, hè, ik weet het wel. Maar gezien onze wasroutine durf ik niet voor minder te gaan. En ik kocht alleen twee truien en twee broeken, dat is toch echt niet veel, hè?

Het ziet er trouwens niet naar uit dat Victors kleren nog lang allemaal in deze lade gaan passen, want ze worden natuurlijk steeds groter. Zo heeft Marcel exact zo’n lade nodig voor zijn sokken alleen. Al zijn zijn voeten niet zo groot, hoor. En tóch heeft hij niet te veel sokken. Volgens hem toch niet. Zucht.

Gij zij goe, gij!

Marcel en ik proberen hier thuis netjes te praten. Niet zo netjes als de nieuwslezers van de VRT, nee, dat niet. We gaan hier al eens van een schuifaf in plaats van een glijbaan en verschieten soms in plaats van te schrikken. Maar in het algemeen is ons taalgebruik best OK.

En dat van de kinderen dus ook. Ook in het algemeen. Want Robin scheldt veel meer dan vroeger, ook als hij niet boos is, en gebruikt daarvoor woorden die me niet zo zinnen. Leon moet helaas niet onderdoen, en heeft de tactiek om bepaalde Engelse scheldwoorden subtiel te veranderen, zodat ik daar volgens hem niets op tegen kan hebben. Wat niet klopt.

Ik wijt die negatieve ontwikkeling van hun mondelinge spreekvaardigheid aan hun klasgenoten. Want filmpjes van scheldende YouTubers kijken doen ze natuurlijk niet. Hebben ze me toch verzekerd.

Victor gaat niet naar school en kijkt ook geen YouTube, en dus wordt hij veel minder blootgesteld aan die schadelijke invloeden van buitenaf.

Maar helaas blijkt hij een affiniteit te hebben voor woorden en uitdrukkingen die hij beter niet oppikt. En hoor ik hem dat schelden van zijn broers overnemen.

Eerlijk is eerlijk, ik ben zelf ook niet heiliger dan de paus, en zeg zelf ook al eens iets wat eigenlijk niet voor kinderoren bestemd is. Ik kan er ook niet aan doen dat er altijd wel ene in de buurt is, meestal Victor natuurlijk.

En dus zegt hij sinds kort het woord trees. Niet lang nadat ik tegen Marcel bezig was geweest over onze boekhoudster die niet meteen mee was, om het zacht uit te drukken.

Hij zei het eerst te pas en te onpas, tegen zijn vliegtuigen en auto’s, en ook eens toen hij het over Robin had.

En toen deed ik iets doms. Ik wees hem erop dat je trees alleen gebruikt om naar een meisje of vrouw te verwijzen. En ik ben de enige vrouw in huis.

Niet veel later zei hij in een boze bui, under his breath weliswaar, ‘Domme trees’ tegen mij. Gelukkig werd het niet veel later opgevolgd met een berouwvol ‘Ik ben verliefd op deze lieve mama en ik heb spijt’, en een ‘Jij bent welkom in dit huis, mama’. Euh, bedankt?

En verder neemt hij veel te veel over van Andy Peelman van de Buurtpolitie, Victors grote held.

Waardoor we dingen horen als:

‘Ik wil ook een stuk chocolat.’
‘Gij zij goe, gij!’
‘Dat is nog maar just gebeurd.’
en
‘Ik heb mijne pyzjema al aan, se.’

Dat laatste kwam volgens hem van opa, wat wel kan. Niet dat die niet netjes kan praten, maar het is niet voor niks dat Robin, toen een jaar of negen, eens vroeg: ‘Welke taal spreekt opa eigenlijk?’, nadat die een heel verhaal in het dialect had gedaan tegen Marcel.

Die laatste deed een paar dagen geleden ook een duit in het zakje, toen hij op Victors ‘Ik heb mijn handen afgevegen, euh, afgevógen’, reageerde met: ‘Zou het niet afgeviegen zijn, Victor?’

Wat gaat er van dit arme kind worden, dat zo zijn moedertaal moet leren van scheldende broers en moeder, een niet al te kwalitatief tv-programma, een dialectsprekende grootvader en een onnozele vader? De tijd zal het leren.

Het is een werk in uitvoering

Het is lang geleden dat ik nog iets schreef over minimalisme, maar dat betekent niet dat ik er hier achter de schermen niet mee bezig ben, hoor.

Zoals ik eerder al schreef, is minimalisme hier op veel vlakken nog ver te zoeken. Wie hier komt lezen om inspiratie op te doen over hoe dat nu juist moet, minimalistisch leven, tja, die raad ik aan te vluchten nu het nog kan.

En het is ook helemaal mijn ambitie niet om extreem weinig spullen in huis te hebben. Maar wel gewoon alleen wat we nodig hebben en gebruiken, of écht graag willen. Maar daar zijn we dus nog niet.

Intussen doe ik wel stug verder met spullen het huis uitwerken, zo tussen het normale huishouden door. Maar vaak zijn die kleine succesjes niet blogwaardig. Ik weet immers geen blogpost te bedenken rond bijvoorbeeld het thema kindersokken.

Maar ik ga binnenkort wel iets schrijven over onze garderobes, denk ik, ook met foto’s erbij. Als we eens bij zijn met de was of zo.

Marcel, die doet alsof hij de oorlog met bijbehorende voedselbonnen nog heeft meegemaakt, is niet echt te spreken over mijn minimalistische insteek.

Gisteren was hij bijvoorbeeld niet zo blij.

‘Ik moest deze middag de achterkant van een vork gebruiken om mijn boterham te smeren, want de messen waren allemaal vuil!’

OK, OK, het zou kunnen dat ik een paar messen uit de besteklade heb gekieperd, ik weet het zelf niet eens meer.

Maar dat je ook snel een mes kan afwassen, kwam blijkbaar niet bij hem op. En dat het probleem lag aan slecht vaatwasmanagement en niet aan een gebrek aan messen ook niet.

Hij broedt naar eigen zeggen op een plannetje om zelf te gaan bloggen, over wat ik volgens hem te veel heb geminimaliseerd, vooral in de keuken dan.

En het staat begot nog in de kelder, vriend, want jij wou het graag nog een jaar bijhouden voor het geval we in grote problemen zouden komen door mijn opruimwoede.

Nog maar eens:

Nog negen maanden en zes dagen en dat jaar is om. Als we nog maar kaarsjes en slingers hebben om dan feest te kunnen vieren…  

Maar goed, waar Marcel geen problemen mee heeft, is met wat ik gisteren minimaliseerde: de reclame op mijn blog. Ik schafte me mijn eigen domeinnaam aan, zodat die stomme advertenties mijn zorgvuldig uitgezochte GIF’s niet meer overschaduwen. Hoera!

‘Jullie waren ook zo, hoor’

Ik heb deze dagen een kind dat bromt en hele avonden met zijn lange lijf in de zetel hangt. Ik heb een kind dat de helft van de tijd Engels spreekt met een accent dat ik niet kan thuisbrengen. En ik heb een kind dat maar niet genoeg kan krijgen van het spelletje ‘ik verstop me op een van mijn vaste plaatsen, en dan roep ik dat mama me mag komen zoeken, waardoor ik meteen verklap waar ik verstopt zit’.

Die eerste twee kinderen vinden dat derde kind bij tijden ontzettend dom. Dat komt omdat ze vergeten zijn dat ze zelf ook ooit zo waren.

Vele jaren geleden speelde Robin verstoppertje met zijn opa, maar vond hem écht niet terwijl die gewoon in de zetel zat met een dekentje over zijn hoofd. Alleen over zijn hoofd, ja.

En onze eloquente Leon, die als kleuter volgens zijn juf toch zo’n enorme woordenschat had, sloot als driejarige menige discussie af met een verontwaardigd ‘En trouwens!’, waarna hij parmantig weg stapte zonder er nog iets achter te zeggen.

Victor is ook bezig zijn woordenschat uit te breiden. Vandaag hoorde ik hem voor het eerst het woord ‘namelijk’ gebruiken, en dan nog twee keer vlak na elkaar, in dezelfde zin.

‘Hallo namelijk… Ik ben namelijk een politieagent van vijfentwintig jaar.’

Hij is nog steeds heelder dagen bezig met politieagentje spelen, ja. En ik weet het, buurtpolitieagent Andy Peelman komt ook niet al te snugger over, maar Victor doet er toch nog een schepje bovenop. Toen hij me onlangs wou inrekenen, ook al had ik helemaal niets gedaan, had hij zijn twee handen nodig om me in bedwang te houden. En dus legde hij zijn revolver maar neer. Vlak naast me. Hèhè.

Maar goed, er is wel een leerproces, want hij heeft wel onthouden dat dat niet zo verstandig was. Nu gaat hij zijn revolver een eindje verderop leggen, om dan daarna terug te komen voor de handboeien. Al een geluk dat ik in het algemeen zo’n brave crimineel ben, die netjes wacht.

Verder kwam hier ook nog het woord ‘stijlvol’ voorbij.

‘Mama, vind je dit een stijlvol vliegtuig?’
Nee, vriend, ik vind dat een lomp legogeval waar veel te vlug blokjes afbreken, maar omdat jij het bent, zal ik doen alsof ik het ook heel mooi vind.

Dat ‘stijlvol’ zal wel van de reclame komen, denk ik. Ik hoorde hier ook al ‘Wie kan rekenen, rekent op Dreft’, en onlangs kwam hij vragen of hij slaapproblemen had.

‘Nee, slaapproblemen heb je niet, maar het duurt de laatste tijd wel heel lang voor je ’s avonds eindelijk wilt proberen om in slaap te geraken, hè.’

‘Ah, want anders is er nu iets op tv dat kan helpen.’

Nee, kind, ik ga u geen slaappilleke geven. Voorlopig toch nog niet…

Dagplanning deel 1

Ik schreef het al eerder tussen de regels door: ik vind het best zwaar om elke godsganse dag een kind thuis te hebben.

Ik vind het wel nog veel zwaarder om elke dag een kind naar school te brengen, waar het totaal niet krijgt wat het nodig heeft en daardoor diep ongelukkig wordt. Dat heb ik veel te lang met vooral mijn arme Robin gedaan, en als ik daar te lang over nadenk, dan wil ik hem helemaal platknuffelen en nooit meer loslaten, maar dat zou hij ongemakkelijk vinden dus doe ik het maar niet.

Bij Victor, die we even goed Robin 2.0 hadden kunnen noemen, maken we niet dezelfde fout, no way José.  En het gaat goed met hem, hij huppelt hier door het huis en is gewoon blij. Alleen ik dus niet altijd.

Vooral het nooit eens echt alleen kunnen zijn, weegt al eens door.

Want zo’n kind houdt je wel bezig. Ik ben totaal geen knutselmama die al koekjes bakkend kinderliedjes zingt. Dat treft wel, want Victor is ook totaal geen knutselkind, hij houdt niet van kinderliedjes en de koekjes van de winkel vindt hij ook best lekker.

Maar hij heeft wel graag een gesprekspartner die steeds paraat staat om de legovliegtuigen die hij heeft laten crashen mee opnieuw in elkaar te zetten of die zijn zelf bedachte sommen uitrekent. En daar heb ik echt niet altijd zin in.

Ik vind het ook niet leuk om tijdens mijn werk steeds onderbroken te worden door een ‘Weet je hoe snel de snelste auto ter wereld kan?’, een ‘Kijk eens, mama!’, een ‘Kun je mijn broek nog eens binden?’ of een ‘Nee, ik moet niet plassen, ik vind het gewoon leuk om aan mijn piemel te zitten.’

Om eerlijk te zijn wil ik eigenlijk niet bezig zijn met de praktische dingen die bij kinderen horen, en ook niet met de praktische dingen die met het huishouden te maken hebben.

Maar uiteraard heb ik niks te willen. Want de kinderen zijn er, en natuurlijk zou ik ze niet meer kunnen missen. Toch niet permanent. En we moeten eten, er moet opgeruimd worden en de kleren moeten gewassen.

En om daar in de toekomst zo min mogelijk brain space aan op te offeren en om minder achter de feiten aan te hollen (‘Miljaar, ik moet de was nog ophangen!’), maakte ik vandaag een dagplanning. Niet dat ik zo hou van structuur en routine (helemaal niet, eigenlijk), maar een mens moet toch wat als ze niet content is met hoe het nu gaat.

De planning is een hopelijk realistisch idee van hoe de dag vlot zou kunnen lopen. Victor krijgt er structureel echte onverdeelde aandacht, zowel binnen als buiten, zodat hij daarna welgezind zelfstandig kan spelen zonder steeds aandacht te komen vragen. Fingers crossed.

Er staat ook een uur ingepland voor mij, om alleen te gaan wandelen. Nee, niet met een kind op zijn fietske ernaast. Alleen. Marcel staat dat uur in voor Victor, en hij kijkt er zeker keihard naar uit, naar die kostbare vader-zoonmomenten.

En verder begin ik elke dag stipt (bwa ja) om kwart voor vijf aan een gezond en evenwichtig avondmaal, waarvoor Marcel de boodschappen heeft gehaald. Zodat ‘WEERAL BOTERHAMMEN?!?’ ‘Sorry, Robin’ (bijna) niet meer voorkomt.

Over een week of twee laat ik weten of het lukt, de planning volgen. Oftewel: of Victor zich een beetje houdt aan wat ik voor hem voorzien heb. Want ik hoor hem in gedachten al zeggen: ‘Ja maar, ik ben juist zelfstandig en in stilte aan het spelen, waarom moeten we nu naar buiten, zeg?’ OK nee, ik hoor hem eigenlijk iets anders zeggen, maar ik wil niet te negatief doen.

Spannend, hè? Wat een avontuur is mijn leven toch. En dan ga ik nu eens kijken wat we gaan eten. Zucht.

Pratende kinderen

Het bijna tweejarige dochtertje van een vriendin praat nog bijna niet. Ze zegt wel mijn naam (uiteraard, want ze is slim en heeft al goed door dat haar tante Elke kweetnihoetof is), en mama en papa, de naam van een van haar broers en Winnie de Poeh. En verder loeit ze hartstochtelijk als ze honger heeft. Ah ja, want er staat een koe op de yoghurtpot.

Maar dat is het zowat, en dat is niet echt om over naar huis te schrijven voor een kind van haar leeftijd. Maar goed, ze begrijpt alles en ik weet zeker dat we binnenkort terug verlangen naar de tijd dat het bij die paar woordjes bleef.

Victor was ook zo. Die zei op zijn tweede verjaardag nog bijna niets (hij had wel een uitgebreide gebarentaal ontwikkeld), maar schoot een paar weken later in gang, om binnen het half jaar vlekkeloze samengestelde zinnen te maken.

Hij is sindsdien ook niet meer gestopt met praten. Tenzij we bij mensen zijn die hij niet goed kent, en die dan denken dat hij thuis ook altijd stillekes op schoot zit. Euh, nee.

Maar goed, een kind dat vroeg praat, is ook niet alles.

Voor Robin kon praten, vroeg ik me geregeld af wat er allemaal in zijn hoofdje omging, want hij kon zo bedachtzaam kijken.

Niet erg veel, zo bleek. Want eens hij het wel kon, zei hij zo vaak hetzelfde dat ik er mentaal bijna aan onderdoor ging.

‘Bal!’
‘Ja, dat is een bal, hè.’
‘Bal!’
‘Ja, daar ligt een bal, Robin, ik zie het ook.’
‘Bal!’
‘Uhu.’
‘Bal!’
Stopt ermee!

Maar OK, als kleuter deed hij me wel vaak versteld staan van waar hij allemaal over nadacht. Hij stelde diepe levensvragen, en boog zich over wetenschappelijke kwesties die ik steevast moest googelen.

Victor doet dat ook soms. Maar veel vaker gaat het zoals vanochtend. Het eerste wat vandaag uit zijn mond kwam, bloedserieus dan nog, was: ‘Ik weet waar grondkak op rijmt en ik zal het zeggen. Kontkak.’

Fair enough, het rijmt inderdaad. Een kus van de juffrouw en een bank vooruit, vriend.

Ik prijs mezelf wel echt gelukkig met dit kind. Want wat een onuitputtelijke bron van inspiratie is hij voor deze blog. Anders was ik zeker al lang uitgeschreven.

De buurtpolitie

Victor is fan van De Buurtpolitie, een serie waarin waargebeurde verhalen vaak tenenkrommend ongeloofwaardig worden nagespeeld.

Maar hij kijkt niet voor de acteerprestaties, hoor, maar wel omdat hij de politie en alles wat daarmee te maken heeft geweldig interessant vindt.

Marcel en ik vinden het meer dan goed dat hij er geregeld naar kijkt.

Want wat leert hij er veel van!

Om te beginnen het dialect van Andy Peelman, een van de hoofdacteurs. Typisch.

Maar OK, dat krijgen we er wel weer uit. Hopelijk snel.

Gelukkig leert hij ook nuttige dingen. Zo gebruikt hij nu geregeld het NAVO spellingsalfabet, al gaat dat nog niet helemaal goed (‘De nummerplaat is Bravo Schavo vier vier twee’).

En verder kwamen de lichaamsdelen hier vandaag nog eens aan bod:
‘Mama, ik ga je arresteren, hè. Ga eens op het bed liggen.’
Ik deed het nog ook. Veel te goed, zeg ik u.
‘OP UW RUG! OP UW RUG!’
‘Euhm, ik lig op mijn rug, hè.’
‘Ah ja… OP UW BUIK! HANDEN OP UW RUG!’
En daarna: ‘Heeft u iets mis gedaan?’ Waarmee ik meteen ook illustreer dat hij de beleefdheidsvorm begint te gebruiken.

Buiten al dat leren, inspireert de serie hem ook enorm in zijn spel. Sinds kort loopt hij hier steevast rond met een paar handboeien en een kermisrevolver half in zijn broek. Die daardoor hopeloos afzakt, maar dat neemt hij erbij.

Hij trekt de toiletdeur met een ruk open en roept: ‘POLITIE!! HANDEN OMHOOG! OP UW KNIEËN!’, wat we dan niet doen, voor alle duidelijkheid, maar hij geeft tot nu toe niet op.

Hij sluipt overal binnen als een volleerd lid van het interventieteam, en draait dan om zijn as met zijn revolver in de aanslag.

En tijdens het eten gisteren zei hij: ‘Ik ga efkes mijn walkietalkie halen, hè, en als ik een oproep krijg, moet ik wel direct vertrekken, hè.’

En onderweg terug naar de tafel hoorden we hem zeggen:

‘Hallo dispatch, Alfa 121 hier, is er ondertussen al iets binnengekomen?’, waarna hij met krakende stem iets onverstaanbaars antwoordde.

Uiterst entertainend, zo’n kleuter. Wie wil, mag hem na corona gerust eens lenen.