Geef mij maar vakantie

De paasvakantie is nog maar net achter de rug, en ik kijk alweer uit naar de zomervakantie. Nochtans hoor ik vaak mensen zeggen dat ze als een berg opzien tegen de schoolvakanties. En dat ze toch altijd blij zijn als de kinderen weer naar school mogen, amai zene.

Ik heb dus net het tegenovergestelde.

Misschien zijn mijn kinderen leuker om in huis te hebben dan de gemiddelde kinderen, ik weet het niet. Wel ja, ik weet het eigenlijk wel. Want ook al komen de helft van hun genen van mij, ze kunnen behalve lief en grappig ook heel irritant, onverdraagzaam en lamlendig zijn. En ze laten hier in huis veel rommel achter, en kruimels.

Dus neuh, het is niet altijd een plezier om hen in huis te hebben. Maar toch vind ik het leuker dan dat ze op school zitten.

Dat komt vooral omdat schoolgaande kinderen een aanslag zijn op mijn zo-eenvoudig-mogelijk leven, waar ik het vorige week over had.

Want we moeten op tijd opstaan en dan vooral niet gaan lanterfanten maar vóórtdoen, en dat is ’s morgens niet altijd gemakkelijk.

En er moet gedacht worden aan zwemzakken en aan al dan niet halfvolle brooddozen die nog in rugzakken zitten, en als iemand zijn jas smerig heeft gemaakt, dan moet die altijd heel snel weer gewassen worden, want ze hebben hier maar een jas en ik blijf erbij dat dat gewoon genoeg moet zijn.

Kleine kanttekening: wil je echt niet dat je kind zijn jas smerig maakt op school, stuur hem dan niet naar een natuurschool. En dat geldt ook voor schoenen. Ik zit er zelf totaal niet mee, trouwens, alleen is het soms niet erg praktisch.

Ook dat de kinderen elke dag opgehaald moeten worden zo in het midden van de namiddag steekt me tegen. Ik ben een zeur, ik weet het.

En dan het huiswerk van Robin, dat hij godzijdank maar heel af en toe heeft, maar dat zeker het vermelden waard is omdat het afgelopen weekend nog eens prijs was. Want hij had Frans te doen, en dat is niet zijn lievelingsvak, om het belachelijk zacht uit te drukken.

En dus had hij buikpijn, en deed zijn pols zeer (en dus kon hij er niet mee schrijven, ah nee, natuurlijk niet), en voelde hij zich gefrustreerd en boos, en het weekend duurde al maar twee dagen en dan moest hij nog tijd besteden aan Frans en daar kon hij écht niet tegen en nee, dat hij het had laten liggen tot zondagavond was misschien niet erg slim, maar dat was ook helemaal zijn schuld niet, hoor! Wat denken jullie wel, zeg!

Laat ons zeggen dat ik gisterenavond wel weer extra blij was dat hij naar school gaat, want zulke tirades hebben we hier genoeg gehad toen hij nog thuisonderwijs deed. En op school doet hij het allemaal wel gewoon, en zijn ze lyrisch over hem.

Maar goed, ik verkies dus de vakanties. Waarin iedereen lekker thuis is, want daar zijn we (meestal) nog gewoon het liefst. Waarin we het allemaal rustig aan kunnen doen. Waarin Victor al eens geëntertaind wordt door een of meerdere broers, en dat is altijd mooi meegenomen. Waarin Leon het vaak niet eens de moeite vindt om zijn kleren aan te doen (al een geluk dat hij niet in zijn blootje slaapt). Tenzij het mooi weer is, want dan wordt er buiten gespeeld met de buurkinderen.

Nog negeneneenhalve week en het schooljaar is voorbij. Misschien wil Victor wel een aftelkalender maken als knutselproject. Al hoor ik hem in gedachten al ‘hoeft niet hoor, mama’ zeggen…

Dagplanning deel 1

Ik schreef het al eerder tussen de regels door: ik vind het best zwaar om elke godsganse dag een kind thuis te hebben.

Ik vind het wel nog veel zwaarder om elke dag een kind naar school te brengen, waar het totaal niet krijgt wat het nodig heeft en daardoor diep ongelukkig wordt. Dat heb ik veel te lang met vooral mijn arme Robin gedaan, en als ik daar te lang over nadenk, dan wil ik hem helemaal platknuffelen en nooit meer loslaten, maar dat zou hij ongemakkelijk vinden dus doe ik het maar niet.

Bij Victor, die we even goed Robin 2.0 hadden kunnen noemen, maken we niet dezelfde fout, no way José.  En het gaat goed met hem, hij huppelt hier door het huis en is gewoon blij. Alleen ik dus niet altijd.

Vooral het nooit eens echt alleen kunnen zijn, weegt al eens door.

Want zo’n kind houdt je wel bezig. Ik ben totaal geen knutselmama die al koekjes bakkend kinderliedjes zingt. Dat treft wel, want Victor is ook totaal geen knutselkind, hij houdt niet van kinderliedjes en de koekjes van de winkel vindt hij ook best lekker.

Maar hij heeft wel graag een gesprekspartner die steeds paraat staat om de legovliegtuigen die hij heeft laten crashen mee opnieuw in elkaar te zetten of die zijn zelf bedachte sommen uitrekent. En daar heb ik echt niet altijd zin in.

Ik vind het ook niet leuk om tijdens mijn werk steeds onderbroken te worden door een ‘Weet je hoe snel de snelste auto ter wereld kan?’, een ‘Kijk eens, mama!’, een ‘Kun je mijn broek nog eens binden?’ of een ‘Nee, ik moet niet plassen, ik vind het gewoon leuk om aan mijn piemel te zitten.’

Om eerlijk te zijn wil ik eigenlijk niet bezig zijn met de praktische dingen die bij kinderen horen, en ook niet met de praktische dingen die met het huishouden te maken hebben.

Maar uiteraard heb ik niks te willen. Want de kinderen zijn er, en natuurlijk zou ik ze niet meer kunnen missen. Toch niet permanent. En we moeten eten, er moet opgeruimd worden en de kleren moeten gewassen.

En om daar in de toekomst zo min mogelijk brain space aan op te offeren en om minder achter de feiten aan te hollen (‘Miljaar, ik moet de was nog ophangen!’), maakte ik vandaag een dagplanning. Niet dat ik zo hou van structuur en routine (helemaal niet, eigenlijk), maar een mens moet toch wat als ze niet content is met hoe het nu gaat.

De planning is een hopelijk realistisch idee van hoe de dag vlot zou kunnen lopen. Victor krijgt er structureel echte onverdeelde aandacht, zowel binnen als buiten, zodat hij daarna welgezind zelfstandig kan spelen zonder steeds aandacht te komen vragen. Fingers crossed.

Er staat ook een uur ingepland voor mij, om alleen te gaan wandelen. Nee, niet met een kind op zijn fietske ernaast. Alleen. Marcel staat dat uur in voor Victor, en hij kijkt er zeker keihard naar uit, naar die kostbare vader-zoonmomenten.

En verder begin ik elke dag stipt (bwa ja) om kwart voor vijf aan een gezond en evenwichtig avondmaal, waarvoor Marcel de boodschappen heeft gehaald. Zodat ‘WEERAL BOTERHAMMEN?!?’ ‘Sorry, Robin’ (bijna) niet meer voorkomt.

Over een week of twee laat ik weten of het lukt, de planning volgen. Oftewel: of Victor zich een beetje houdt aan wat ik voor hem voorzien heb. Want ik hoor hem in gedachten al zeggen: ‘Ja maar, ik ben juist zelfstandig en in stilte aan het spelen, waarom moeten we nu naar buiten, zeg?’ OK nee, ik hoor hem eigenlijk iets anders zeggen, maar ik wil niet te negatief doen.

Spannend, hè? Wat een avontuur is mijn leven toch. En dan ga ik nu eens kijken wat we gaan eten. Zucht.

Voorlezen

Als toegewijde ouders namen Marcel en ik vanaf de prille kindertijd van Robin en Leon ruim de tijd voor een verhaaltje voor het slapengaan. Want voorlezen heeft ontzettend veel voordelen.

Zo verruimt het de woordenschat van je kind. Al worden er hier heel veel woorden gebruikt door de kinderen waarvan ik absoluut zeker weet dat we ze nooit hebben voorgelezen.

Het zorgt er ook voor dat kinderen boeken leuk gaan vinden, en dan later zelf graag en veel gaan lezen. Dat is vooralsnog alleen met Leon gelukt, maar dan wel dubbel en dik en intussen zelfs in het Engels, dus ik ga niet klagen.

En het is natuurlijk echt quality time met je kind. Voor het kind dan. Ik werd er persoonlijk niet vrolijk van om na een lange dag voor de honderdste keer hetzelfde verhaaltje voor te lezen aan een peuter of om tijdens het voorlezen ettelijke keren onderbroken te worden door een vragenstellende kleuter. Al liet ik dat natuurlijk niet merken. Meestal toch niet.

Ik heb het hem niet gevraagd, maar ik durf zomaar te stellen dat ook Marcel niet altijd intens genoot van dat voorlezen ’s avonds. Bijvoorbeeld omdat hij meer dan eens in slaap viel tijdens het voorlezen, zomaar middenin een zin. Wat de kinderen niet konden appreciëren (‘PAPA!’).

Robin en Leon zijn de verhaaltjes voor het slapengaan intussen ontgroeid, maar voorlezen is wel altijd een vast onderdeel van ons thuisonderwijs geweest. Het was hun favoriete onderdeel, en het mijne eigenlijk ook, want we hingen dan knus in de zetel, er werd niet gemopperd en de boeken werden naarmate ze ouder werden ook steeds leuker.

Behalve Robin en Leon loopt er hier natuurlijk nog een derde kind rond. Het enige kind dat als peuter en kleine kleuter weinig interesse had in boeken, tenzij er voertuigen of een hikkende kip in stonden, en dan nog. Het enige kind ook dat jarenlang maar zelden het geduld kon opbrengen een verhaaltje uit te zitten.

Ik begon me al zorgen te maken over Victors woordenschat, zijn latere liefde voor boeken en onze gezamenlijke quality time. Nee, niet echt. Maar ik ben wel blij dat het tij een paar maanden geleden gekeerd is. Intussen is voorlezen een rotsvast onderdeel van zijn slaapritueel geworden.

Een paar weken geleden begonnen we in Pluk van de Petteflet. Oftewel Plek van de Putteflut, aldus Marcel, tot hilariteit van Victor. Een boek dat ik al een paar keer had voorgesteld, maar dat steeds op een ‘nee’ van Victor stuitte. Want het was geen leuk boek. En dat vond hij best een weloverwogen oordeel, ook al baseerde hij het alleen op de kaft van het boek.

Maar intussen smult hij ervan, en komt het overdag terug in zijn spel. En sinds we een paar dagen geleden het hoofdstuk over de Lispeltuut lazen, die schelp van Pluk die de ‘s’ als een ‘f’ uitspreekt, heeft hij er een nieuw spelletje bij, waarbij hij helaas wel meer letters door de ‘f’ vervangt. En waarbij hij mij helaas betrekt, want het heet ‘Mama, wat zeg ik?’

‘Fafa if lief.’ (papa is lief),
‘Ik fijf nooit mif.’ (ik wijs nooit mis),
en natuurlijk
‘Fefla model F’ (Tesla model S).

Wat een intellectuele uitdaging is dat ouderschap toch. Ik kan er maar geen genoeg van krijgen.

Opstaan!

Vandaag was de eerste schooldag na de kerstvakantie, en dus moesten we vanochtend weer vroeg uit bed. Dat was wel weer even wennen. Voor mij dan toch.

Ik ben jarenlang geplaagd geweest door kinderen die elke ochtend veel te vroeg opstonden, naar mijn maatstaven dan, en dan niet stil konden zijn.

Zo eens uitslapen, daar deden ze niet aan mee. Ook niet als het de avond ervoor wat later was geworden. Ook niet als ze ’s nachts vaak wakker waren geworden. En ook niet als ze echt nog moe waren, en slechtgehumeurd, lichtgeraakt, huilerig, hangerig of -uiteraard- een combinatie daarvan.

Die veel te lange fase is godzijdank definitief achter de rug.

Ze slapen tegenwoordig alle drie wat langer ’s morgens als het de avond ervoor iets later werd. En dus werd bedtijd deze vakantie naar achteren verschoven, daar deed ik niet moeilijk over.

Want ik ben nooit een vroege vogel geweest, en dat vroege opstaan op schooldagen hangt me de keel uit, hoe blij ik ook ben dat Robin en Leon met plezier naar school gaan.

Ik kan de kinderen moeilijk verplichten weer huisonderwijs te gaan doen, ook al zou ik dat fijn vinden, zo twee onwillige jongens de geheimen van algebra en Franse grammatica bijbrengen. Niet dus.

Maar het moet gezegd: in mijn ogen is een van de grote voordelen van huisonderwijs dat je trage ochtenden kunt hebben. Je moet er ’s morgens niet al te vroeg uit, en je moet ook niet meteen vollen bak ontbijten, aankleden, tanden poetsen en kinderen achter hun vodden zitten. En dat mis ik nu wel.

En dus probeerde ik afgelopen vakantie intens te genieten van die paar uurtjes extra in bed. Want Victor sliep bijna elke ochtend als een roos wat langer uit.

Hij werd alleen niet altijd wakker als een roos.

Want ‘Is een scheet eigenlijk lucht?’ bleek de allereerste vraag te zijn die bij hem opkwam op de laatste dag van 2020. En dat associeer ik zo niet met rozen.

En een paar dagen eerder maakte hij me om 5 uur wakker met een ‘Ik zei toch dat ik in bed heb geplast?! Het is al de tweede keer dat ik het zeg!’

Gelukkig komt dat bedplassen eigenlijk nooit voor, want het was niet bevorderlijk voor ons beider humeur, vooral niet omdat hij ook gewoon klaarwakker was en het heel lang duurde voor hij weer sliep. Maar goed, als je droomt dat je heel dringend moet en dan eindelijk een toilet vindt, ja, dan is het normaal dat je plast, hè.

Dat was wel de enige ochtend (zeg maar nacht) dat hij veel te vroeg wakker was, dus ik mag echt niet klagen.

En van de schoolochtenden mag ik eigenlijk ook niet klagen, want zo ontiegelijk vroeg moet ik er nu ook weer niet uit. Maar ik kijk wel alweer uit naar het weekend, ook al is het pas maandag. Misschien toch maar op tijd gaan slapen vanavond, en mijn me-time opofferen… Neuh.

Een dagje thuis met Victor

Victor gaat niet naar school, en dus is hij de godganse dag thuis, of ergens onderweg met ons, al zijn onze uitstapjes niet om over naar huis te schrijven deze coronatijd.

Dat niet naar school gaan is een bewuste keuze die ik meteen opnieuw zou maken. Maar dat wil niet zeggen dat ik het altijd geweldig leuk vind, zo de hele tijd een kind op mijn dak.

Want hij vreet aandacht. En geduld.

En behalve dat ik ook nog andere dingen moet doen (mijn werk bijvoorbeeld, of misschien eens iets in het huishouden), is het eerlijk gezegd sowieso mijn ding niet om een hele dag op kleuterniveau bezig te zijn. En ik kan me niet inbeelden dat iemand dat wél leuk zou vinden.

Hij vindt dat ik moet kijken naar wat hij met zijn autootjes doet, hoe hoog zijn Kaplagebouwen zijn en hoe hij gaten in zijn broeken slidet in onze living.

Maar het ergste zijn de vele vragen, waarvan ik nog niet de helft kan beantwoorden. Een greep uit die van vandaag:

‘Hoe snel kan een Tesla model X/een Bugatti Chiron/een Ford GT/onze auto?’ Daarop kent hij het antwoord zelf, maar hij checkt graag even of ik het ook (nog) weet. Niet dus.

‘Als je een vijf, een drie, een twee, een drie, een vier, een zes, een acht, een negen, een negen en een zeven hebt, welk getal is dat dan?’

‘Waar is dat grijs legoblokje waar taxi op staat?’

‘Als er twee van je drie kinderen dood zouden gaan, en jij moet kiezen wie, wie zou je dan kiezen? Je MOET kiezen. Wie? Nee, je moet echt kiezen, het moet gewoon. Wie? Robin en Leon? Ja hè?’

‘Welk cadeau had ik ook alweer voor mijn vierde verjaardag gekregen?’

‘Zitten er stukjes in dat yoghurtje?’

En terwijl hij met zijn vinger een rare beweging in de lucht maakt: ‘Welke letter is dit?’

En nee, Google weet het ook niet.

Maar hij is wel lief, allez ja, meestal toch. Knuffelt graag en zegt vaak dat ik zo’n lieve mama ben. Ziet er nog superschattig uit. Is nog zo heerlijk onschuldig. En grappig ook, echt wel.

Maar toch ben ik altijd blij als hij slaapt. Wat vanavond pas laat zal zijn, want hij deed deze middag een dutje in de auto. Aargh.

Monopoly

In het kader van gezellig iets samen doen met bijna het hele gezin, deden we gisteren een potje Monopoly. Ik zeg wel met bijna het hele gezin, want Marcel haat gezelschapsspelletjes, dus die deed als vanouds niet mee en nam wat me-time.

Als ik kan kiezen tussen tijd voor mezelf of een spel spelen, dan weet ik het ook wel, maar goed, ik kon eigenlijk niet kiezen. En zo had ik toch nog eens kwalitatieve, onverdeelde aandacht voor de kinderen, en dat kan niet slecht zijn. En morgen ben ik jarig, en dan gaat Marcel zeker wel iets met Victor doen, zodat ik een paar uurtjes voor mezelf heb. Denk ik. Hoop ik.

Maar goed, we deden dus een spel. Een leuke bijkomstigheid aan gezelschapsspelletjes is dat kinderen er vanalles van leren zonder dat het schools wordt, of saai. Zo ook gisteren. Monopoly is voor Victor nog te hoog gegrepen, maar hij zat bij mij in het team en dat vond hij prima.

Als wij aan de beurt waren, liet ik Victor uiteraard zo veel mogelijk zelf doen. Dat was voor mij een oefening in geduldig zijn, en voor hem een oefening in heel veel andere dingen.

Een niet-limitatieve opsomming:

  • Zachtjes gooien met de dobbelstenen, zodat je ze niet aan de andere kant van de living moet gaan zoeken.
  • Het aantal ogen op de dobbelsteen meteen linken aan een getal, en de twee getallen optellen om te kijken hoeveel vakjes je de pion mag verzetten. Als pion had hij de boot gekozen, en daarmee zet je blijkbaar geen stapjes op het spelbord, maar vaar je. En al varend is het moeilijker om de vakjes te tellen, dat werd al snel duidelijk.
  • Optellen. Wij hebben een oldskool Monopoly-editie met bankbiljetten die van 1 tot 500 gaan. Als we iets moesten betalen, zocht Victor met veel plezier de juiste biljetten bij elkaar zodat de som klopte.
  • De namen van de belangrijkste Nederlandse steden. Want we hebben dus de Nederlandse versie van Monopoly, iets met online gekocht en niet goed gekeken. Marcel vond die ook prima, dus we hebben ze gehouden, maar toch vind ik het nog altijd spijtig dat er bij ons geen Aalst, Lange Zoutstraat op het spelbord staat. Ach ja.
  • Engels. Met onze anglofiel Leon in de buurt, is Engels nooit veraf (dat kind heeft sinds een paar maanden Engelssprekende legomannetjes), en als je er een spel mee speelt, krijg je bijkans een taalbad. Toen hij zijn biljetten van een bij de bank inwisselde, hoorde ik hem zeggen: ‘Hashtag getting rid of my ones’. You gotta love that kid.
  • Je concentreren, min of meer stilzitten en niet onnozel doen. Zucht. Laat ons zeggen dat hij duidelijk nog een kleuter is (en dat mag natuurlijk ook gewoon). Als we niet aan de beurt waren, hing hij als een aapje op die lieve, geduldige Robin. En hij vond het een geweldig goeie grap om al ons geld in de pot te doen toen ik even niet keek.

Victor leerde dus heel wat, en dat op een rustdag! Maar halverwege had hij wel genoeg van dat tergend lang durende Monopoly, en is hij iets anders gaan doen. Heel begrijpelijk, ik wou eigenlijk ook iets anders gaan doen. Maar dat deed ik niet, en ik werd beloond met een triomfantelijke overwinning. En toch was er niemand slechtgezind. Hoera.

Afstandsonderwijs is geen huisonderwijs

Hoera, herfstvakantie! Stiekem vind ik het best goed dat ze een week verlengd werd, en dan bedoel ik niet alleen uit coronaoverwegingen. Want hoewel Robin en Leon graag naar school gaan, is deze pauze meer dan welkom.

‘Het zou beter zijn als het altijd vier dagen school was en drie dagen weekend, hè?’ Ja, jongen, dat vind ik ook al zo’n dertig jaar.

Robin kreeg deze vakantie extra bundels wiskunde en Frans mee, voor als de scholen onverhoopt toch nog langer dicht blijven.

En dat doet me denken aan de lockdown afgelopen lente, toen de scholen effectief een hele tijd sloten. Toen zo veel mensen me aanspraken over thuisonderwijs.

‘Amaai, ik heb wel echt respect voor jou gekregen hoor, nu ik weet wat dat is, thuisonderwijs geven.’
‘Pfff, niks voor mij, dat thuisonderwijs. Ik snap niet dat jij daarvoor kiest.’
En vooral:
‘Voor jullie is die lockdown geen verandering zeker hè, jullie waren toch al altijd thuis.’

De term thuisonderwijs gebruiken voor het afstandsonderwijs van vorig schooljaar, tja, dat zou wat mij betreft bij wet verboden moeten worden. Want mensen hádden al zo’n verkeerd beeld van thuisonderwijs, en dat is intussen alleen nog versterkt.

De enige gelijkenis die ik zie tussen dat afstandsonderwijs en de manier waarop wij thuisonderwijs deden (en in de toekomst wellicht met Victor zullen doen), is dat er niet naar school werd gegaan.

Want eerst en vooral wil thuisonderwijs niet zeggen dat je altijd maar thuis bent, zo gezellig aan de keukentafel met je neus in de boeken. Verre van. Met die lockdown konden ook mijn kinderen opeens niet meer naar hun hobby’s, moesten ze hun vrienden en familie missen en vielen al onze uitstappen weg. En daar werd niemand vrolijk van.

Ten tweede kozen wij bewust voor thuisonderwijs, en hadden we de tijd en de vrijheid om uit te vissen welke manier van onderwijs bij ons en onze kinderen paste.

Verplichte Zoomsessies en ellenlange rijtjes oefeningen dus niet. Ik vraag me af bij wie wel.

In ieder geval renden mijn kinderen net niet hard gillend weg van werkboeken en -blaadjes. En dus lieten we die zo veel mogelijk achterwege, en zocht ik naar leukere manieren om met de verplichte leerstof bezig te zijn.

Ze maakten een spel met quizvragen over het oude Egypte. Ze rekenden uit hoeveel (hypothetische!) nakomelingen onze bende konijnen na een jaar zouden kunnen hebben. Ze speelden Wie is het? in hun Frans-met-haar-erop. Om maar een paar voorbeelden te noemen.

En daarnaast deden ze ook wel eens gewoon saaie oefeningen, hoor, ik wil het niet mooier voorstellen dan het was.

Dus was het hier altijd een gezellige boel? Hell no.

‘Frans is stom!’
‘Hoofdrekenen heeft echt geen nut. Dat reken je toch gewoon uit met je smartphone later?’
‘Ze begrijpen toch wel wat ik bedoel hè zeg, dat dat fout geschreven is boeit niet!’

Hier werd gezeurd, op andermans schrift gekrabbeld, gezucht en meer op mijn zenuwen gewerkt dan ik ooit had kunnen vermoeden. Maar het was beter dan enig afstandsonderwijs in lockdowntijden ooit kan zijn. En echt totaal niet te vergelijken.

Victor en zijne kalender

Ik moet toegeven dat het huisonderwijs van Victor de laatste jaren nogal verwaarloosd werd, met zijn grote broers in huis in die laatste jaren basisonderwijs. Te mijner verdediging voer ik graag aan dat hij nog niet leerplichtig was, het voor kleuters extreem belangrijk is om heel veel vrij te spelen en ik wél uitvoerig antwoordde op zijn vele vragen.

En daardoor zit hij qua ontwikkeling min of meer goed, hoor, geen paniek. Hij is op het ene vlak vooruit en op het andere vlak eerder achterlijk eigenlijk, maar zo waren zijn broers ook op die leeftijd en daarmee is het toch min of meer goed gekomen.

Een greep uit wat hij wel kan of kent: een getallenlijn maken met positieve en negatieve getallen (ja, echt, een nerd in de dop is het), de topsnelheid van een Bugatti Chiron, de vervoeging van être, Engelse krachttermen en ein-de-lijk een manneke tekenen zonder allerlei essentiële lichaamsdelen te vergeten.

Maar vraag hem niet om zijn veters te strikken, zijn sokken zelf aan te doen, binnen de lijntjes te kleuren, zelf een knikkerbaan te maken of duidelijk genoeg te articuleren zodat zijn vader hem ook altijd verstaat.

Maar goed, nu Robin en Leon weer naar school gaan, heb ik natuurlijk opeens een zee van tijd vrij om aan mijn jongste telg te besteden.

En dus begonnen we dit schooljaar al goed door elke dag samen knus in de zetel dit ding op schoot te nemen:

Victor is heel graag bezig met dit bord (samen met mij dan toch) en ik vind het serieus waar echt een aanrader. We gaan altijd elk onderdeeltje af en hij zet het dan juist.

Eerst de dag van de week. Die kent hij natuurlijk dankzij mijn talloze enthousiaste vertolkingen van dat liedje van de dagen van de week van Kabouter Plop, waar hij zo van houdt.

OK nee, dat is niet waar. Wel ja, hij kent de dagen wel, maar die kabouters vindt hij maar onnozel. Geef hem maar dat liedje van een of ander Tesla-reclamefilmpje (Believer van Imagine Dragons). Of Michael Jackson, natuurlijk. Nee, ook niet helaas. Barbaren zijn het hier, allemaal!

Daarna de maand, die natuurlijk niet vaak verzet hoeft te worden, maar we overlopen ze altijd wel even. Ik heb niet de indruk dat er iets van blijft hangen voorlopig, misschien ook omdat hij altijd met die klok bezig is terwijl ik de maanden vlijtig opsom.

Dan de dag van de maand, die steeds eentje opschuift (of op maandag drie). Poepsimpel. Getallen zijn hier sowieso favoriet bij hem, van mij heeft hij het niet.

En dan kijkt hij met grote oogjes nieuwsgierig naar buiten om te zien wat voor weer het is. Terwijl hij ’s morgens altijd mee zijn broers naar school brengt op de fiets, en hij dan ook even uit zijn doppen had kunnen kijken. Ach ja.

Aansluitend zet hij het seizoen juist. Dat staat natuurlijk nog juist van de dag ervoor, maar hij duwt dat wijzertje steeds een pietsie beetje verder. Kind toch.

En ten slotte spelen we even met de klok. Hij kan de hele uren intussen, en vindt het fascinerend dat een dag en een nacht altijd samen worden genomen, en dat die samen 24 uur zijn.

‘Maar als ik dan lang slaap, is mijn dag dan korter?’  Slaap maar uit, venteke, een dag duurt begot lang genoeg met jou erbij…

Deze week was niet zo’n topweek, want behalve die kalender deden we eigenlijk niks… Ik wou eigenlijk iets doen voor de Week van het Bos (ja, echt!), maar het is dat hij altijd zo zeurt in het bos, want daar rijden geen coole auto’s of moto’s. Anders wachten we op Week van de Autosnelweg…

Ennn sinds gisteren is hij nog ziek ook, aangestoken door zijn jashatende broer. Het is gelukkig al geen corona, da’s al iets.

Dus ja, volgende week beter zou ik zo zeggen. Of niet. We zullen wel zien, hè. Gene stress.

Huisonderwijs geven moeilijk? Maar nee, gij!

Victor krijgt huisonderwijs. Wel ja, huisonderwijs is in zijn geval wellicht veel gezegd. Maar hij gaat dus niet naar school, en bijgevolg krijgt hij al zijn onderwijs thuis. Of ergens onderweg, dat kan ook.

Allereerst: hij is nog een kleuter, voor alle duidelijkheid. En dus speelt hij veel. Zo hoort dat.

En verder zou je denken dat je met zo’n kind knutselt en tekent en puzzelt. Kleit, schildert en samen koekjes bakt. Liedjes zingt en versjes leert.

Wel euhm, nee.

Want meneer doet dat eigenlijk allemaal niet graag. Zoon van zijn vader en kopie van zijn broers wat dat betreft.

Als ik in een goede bui enthousiast (ja echt!) iets voorstel, is het bijna altijd ‘Hoeft niet hoor, mama’.

Wat doen we dan wel? Unschoolen vooral. Leren van het dagelijkse leven, begot! En dat doet hij volop.

Wiskunde bijvoorbeeld. Cijferherkenning ging al snel met nummerplaten (hij is nogal gebeten door allerhande voertuigen), en met de batterij van het tablet leerde hij de getallen tot honderd (‘hoeveel procent is hij opgeladen?’).

 En verder hoort hij ons vaak bezig over getallen:

‘Nee, Victor, je hebt al twaalf nicnacjes op, ’t is goed geweest.’
‘Leon, je bent al 21 minuten te lang op je tablet bezig!’
‘Jawel, Robin, we hebben wel nog 350 euro op onze rekening staan, maar we willen dat niet uitgeven aan een elektrische step.’

En dan later komen er vragen, waarin hij nieuwsgierig wordt naar echt grote getallen, en bezig is met het concept tijd.
‘Is 350 meer dan een miljoen?’
‘Hoeveel dagen ben ik al vijf jaar?’
en vooral deze: ‘Hoeveel minuten moeten we nog rijden? Tien? ZO LANG?!?’

Ook taal komt aan bod. Hij houdt de laatste tijd erg van rijmen (‘Hahahahaaaa, hol rijmt op drol!’). Hij heeft ontdekt dat letters op verschillende manieren geschreven kunnen worden, en vindt dat heel interessant. En hij maakt ein-de-lijk tijd om te luisteren als ik voorlees.

En verder veel wereldoriëntatie. ‘Mama, er zit een heeeel grote spin op het raam! Met vleugels!’ werd aanleiding om poten te gaan tellen en over de langpootmug te gaan lezen.

Onder de douche leerden we over het menselijke lichaam en de verschillen tussen vrouwen en kleine jongetjes (‘Mama! Jouw poenani lijkt op een dood vogeltje!’ Bedankt, kind. En nee, we zeggen hier niet poenani.)

En toen we eens wat verder reden: ‘Zijn we al in een ander land? Is Brussel een ander land? Hoe lang moeten we nog rijden? Een UUR?!? MAAR DAT IS ZESTIG MINUTEN! ZO LANG?!?’

Ja, je ziet het goed, dat laatste was aardrijkskunde én wiskunde tegelijk! Vakoverschrijdend leren heet dat, geloof ik. Wat zijn wij goed bezig! 🙂

Joepie

Het is zover! Zo’n plaatske op het internet voor mij alleen, om te kwekken over wat mij interesseert? Yes please!

Ik ga schrijven over ons gezinsleven en wat ik als ouder belangrijk vind. Over hoe wij hier huisonderwijs geven. En over minimalisme, of beter gezegd: mijn weg naar een minimalistischer huishouden. En oh my, die is begot nog lang.

Een hamster van een man en drie slodderfloddertjes van kinderen helpen natuurlijk niet mee. Maar een mens mag dromen, niet?

Allez, we zijn vertrokken. Binnenkort vast en zeker meer!