Seksuele voorlichting

Robin van bijna dertien heeft nogal een brede interesse. En als iets hem interesseert, dan wil hij er graag veel over weten en onthoudt hij ook geweldig goed wat hij erover gehoord, gezien of gelezen heeft.

Van nature houdt hij erg van wetenschappen en techniek, en er zijn nog wel vakgebieden die hij best te pruimen vindt. Maar boeit iets hem niet, dan gaat het er het ene oor in en het andere weer uit. Na vierenhalf jaar huisonderwijs weet ik dat maar al te goed.

En zo verging het ook de seksuele voorlichting die ik de voorbije jaren een paar keer probeerde te geven. Blijkbaar valt dat in Robins ogen niet onder wetenschappen…

Het veranderende puberlichaam, de menstruele cyclus, de menselijke voortplanting, anticonceptie en seks in het algemeen, je zou toch denken dat je als jonge snaak graag wilt weten hoe dat ongeveer zit allemaal. Leon wel hoor, die vond het interessant. Maar Robin staarde de helft van de tijd dromerig voor zich uit, en dat zegt natuurlijk veel.

In ieder geval wou ik het allemaal toch nog eens ter sprake brengen, nu hij echt volop in zijn puberteit zit. Maar omdat ik de laatste tijd blijkbaar echt enorm irritant doe tegen hem en hij alles wat uit mijn mond komt standaard gezeur vindt, vond ik het geen slecht idee om Marcel een poging te laten doen. Hij weet tenslotte uit eigen ervaring wat het is om stilaan een mannenlichaam te krijgen, met alles erop en eraan.

Marcel was meer dan bereid om die belangrijke taak op zich te nemen, en dezelfde dag nog hoorde ik hem aan Robin een halve zin uitleg geven over natte dromen, om daarna ”s morgens word ik wakker met een natte broek’ te kwelen op wat de tonen van Houten kop van Zjef Vanuytsel moesten zijn. Hij is nu eenmaal geen nachtegaal.

In ieder geval is dat niet het soort voorlichting dat ik in gedachten heb voor mijn jongens, en dus kaartte ik het kort daarna nog eens aan, en bracht ik veilig vrijen ook nog maar eens ter sprake, al is dat volgens mij nog láng niet aan de orde hier. Het is te hopen, begot, hij moet nog dertien worden, hè zeg.

Ik kan niet zeggen dat Robin het nu wel allemaal geweldig boeiend vond, en hij deelde mijn mening dat hij daar allemaal helemaal nog niet mee bezig was. Sterker nog, volgens hem ging het zeker nog meer dan vijf jaar duren voor hij interesse zou krijgen in meisjes of jongens (dat laatste was mijn toevoeging, en daarop kreeg ik ‘Waarom denkt gij dat ik gay ben, zeg?’ te horen. Ne mens kan hier niet veel goed doen, zeg ik u.)

Enfin, om die meer dan vijf jaar moest vooral Marcel hartelijk lachen. Ik citeer: ‘Binnenkort loopt gij hier rond als ne bronstige stier, vriend!’

Zou hij uit ervaring spreken? Dat het dan maar niet erfelijk is!

Fijnproevers

Robin, mijn eerste kind, smulde als peuter van olijven en zongedroogde tomaten en deed je als kleuter op restaurant meer plezier met een slaatje garnaal dan met frieten en kipnuggets.

Hij eet graag en veel en heel gevarieerd en er zijn maar een handvol dingen waar hij niet erg vrolijk van wordt. Choco bijvoorbeeld, en pannenkoeken, en koffiekoeken. Ik weet ook niet wat ik daarvan moet denken.

Victor is ook een heel gemakkelijke eter, al heeft hij een maag als een erwt en zijn de hoeveelheden niet om over naar huis te schrijven. Maar we kunnen op een paar vingers tellen wat hij echt niet graag lust, en hij staat ook echt open om nieuwe dingen te proeven.

In ieder geval had ik mezelf op de borst kunnen kloppen en dat goede eten aan mijn opvoedkwaliteiten toe kunnen schrijven. Of aan de borstvoeding, waardoor ze al van in het begin aan verschillende smaken blootgesteld werden. Of aan de fijne sfeer aan tafel, want we eten altijd gezellig samen.

Gelukkig deed ik het niet.

Want Leon, die op dezelfde manier opgevoed wordt, ook borstvoeding kreeg en nota bene een grote broer had die het perfecte voorbeeld gaf, tja, die begon rond zijn tweede verjaardag zijn neus op te halen voor alles wat hij nooit eerder geproefd had, en hij schrapte ook heel wat voedingsmiddelen die hij eerder wél at.

Ik wist niet wat me overkwam, en ik weet het negen jaar later eerlijk gezegd nog steeds niet goed.

Ik mag wellicht niet klagen, want hij lust het meeste fruit wel, en rauwe groenten zónder dressing, en bruin brood en nog wel wat gezonde dingen. En ook heel wat ongezonde dingen, wees gerust. Choco, pannenkoeken of koffiekoeken? Geen probleem.

Maar gemakkelijk is het niet, zo’n kind dat ’s avonds eigenlijk alleen maar echt goed eet als de pot spaghetti, frieten of pizza schaft.
Dat in een broodjeszaak alleen maar een droog broodje wil, want hij lust geen hartig beleg en alleen groenten op een broodje, nee, dat kan toch niet.
Dat op de uitgebreide menukaart van een restaurant alleen maar frieten uitkiest met eventueel een gefrituurde snack, want restaurantspaghetti zal hij zeker wel niet lusten, en al de rest is gewoon ronduit vies.
Dat twijfelt of hij wel naar het verjaardagsfeestje van een vriendje zal gaan, want die vertelde enthousiast dat ze hamburgers gingen eten, en dat is ook al niks voor hem.

Maar goed, hij groeit en ontwikkelt zich goed. En het gaat langzaamaan beter. Hij komt er wel. Ooit.

Met ieder kind is er natuurlijk wel iets, en bij het herlezen van deze blogpost vond mijn moederhart toch dat er ook iets positiefs over mijn lieve Leon geschreven moest worden. Want het is wel echt een schatje, hoor.

Zo maakte hij voor Moederdag een boekje waarin hij in het Engels uit de doeken doet hoe graag hij me wel niet ziet en hoe supercool ik wel niet ben, zeg. Ik ben er echt oprecht blij mee.

Voor de volledigheid: van Robin kreeg ik niks (‘Ja, ik wist toch niet wat ik moest maken, hè.’) en Victor, die vond dat zijn tekening mislukt was, bood me vijftig cent aan uit zijn spaarpot, die ik overigens beleefd weigerde. Iets zegt me dat die twee later heel romantische partners gaan zijn…

De ochtenden

Een doordeweekse dag, zes uur ’s morgens. Robins wekker loopt af en wij horen het gezoem tot in onze slaapkamer.
Victor slaapt.

Robin stommelt zijn bed uit en bonkt de trap af. Hij doet een luidruchtige plas.
Victor slaapt.

Robin neemt een uitgebreide douche in de badkamer, die tegenover onze slaapkamer ligt, en stoot er dingen om.
Victor slaapt.

Robin rommelt in de keuken en wil ontbijten, maar merkt dat het brood nog niet gesneden is (en nee, dat doet hij niet zelf, joh). Hij komt het met een diepe bromstem melden. Marcel staat zuchtend op.
Victor slaapt.

Robin gaat naar buiten om zijn dieren te verzorgen en laat de deur achter zich dicht vallen.
Victor slaapt.

Stipt om half acht gaat het elektrische rolluik van de slaapkamer automatisch en met veel lawaai omhoog. De zon schijnt meteen volop binnen en de kamer baadt in het licht.
Victor slaapt.

Rond tien voor acht roept Marcel Leon wakker, van onderaan de trap.
Victor slaapt.

Pas als ik me heel voorzichtig uit bed hijs om toch ook maar aan de dag te beginnen, wordt hij wakker, meestal binnen de tien seconden. En dus blijf ik vaak tot het allerlaatste moment liggen. Alles voor de nachtrust van mijn kind, dat spreekt voor zich…

Maar elke zaterdag- en zondagochtend, ergens tussen zes en half zeven, als het muisstil en donker is in huis, dan wordt meneer wakker. En begint te kwebbelen.

Élk weekend opnieuw, begot! Aargh! Enfin ja, ik mag niet klagen zeker, in vergelijking met veel andere ouders? Maar ik doe het toch, hoor, het is tenslotte míjn blog. Aargh!

Maar goed, zoals je al tussen de regels kon lezen, slaapt hij nog bij ons, die Victor. Iets met een nogal bangig kind en ouders die echt geen zin hebben in gedoe ’s avonds en ’s nachts. En die weten dat het gewoon góed is voor een kind (ook een groter kind, ja!), zo met zijn ouders slapen, ook al is het in onze cultuur niet echt gebruikelijk, en mja oké, het is ook niet altijd even leuk. Maar toch zouden meer ouders het moeten doen als je ‘t mij vraagt.

In ieder geval zijn we er meer dan gerust in dat hij op een dag helemaal vanzelf naar een eigen kamer gaat vragen, net zoals zijn broers ooit deden. We wachten nog net niet met smart…

Geef mij maar vakantie

De paasvakantie is nog maar net achter de rug, en ik kijk alweer uit naar de zomervakantie. Nochtans hoor ik vaak mensen zeggen dat ze als een berg opzien tegen de schoolvakanties. En dat ze toch altijd blij zijn als de kinderen weer naar school mogen, amai zene.

Ik heb dus net het tegenovergestelde.

Misschien zijn mijn kinderen leuker om in huis te hebben dan de gemiddelde kinderen, ik weet het niet. Wel ja, ik weet het eigenlijk wel. Want ook al komen de helft van hun genen van mij, ze kunnen behalve lief en grappig ook heel irritant, onverdraagzaam en lamlendig zijn. En ze laten hier in huis veel rommel achter, en kruimels.

Dus neuh, het is niet altijd een plezier om hen in huis te hebben. Maar toch vind ik het leuker dan dat ze op school zitten.

Dat komt vooral omdat schoolgaande kinderen een aanslag zijn op mijn zo-eenvoudig-mogelijk leven, waar ik het vorige week over had.

Want we moeten op tijd opstaan en dan vooral niet gaan lanterfanten maar vóórtdoen, en dat is ’s morgens niet altijd gemakkelijk.

En er moet gedacht worden aan zwemzakken en aan al dan niet halfvolle brooddozen die nog in rugzakken zitten, en als iemand zijn jas smerig heeft gemaakt, dan moet die altijd heel snel weer gewassen worden, want ze hebben hier maar een jas en ik blijf erbij dat dat gewoon genoeg moet zijn.

Kleine kanttekening: wil je echt niet dat je kind zijn jas smerig maakt op school, stuur hem dan niet naar een natuurschool. En dat geldt ook voor schoenen. Ik zit er zelf totaal niet mee, trouwens, alleen is het soms niet erg praktisch.

Ook dat de kinderen elke dag opgehaald moeten worden zo in het midden van de namiddag steekt me tegen. Ik ben een zeur, ik weet het.

En dan het huiswerk van Robin, dat hij godzijdank maar heel af en toe heeft, maar dat zeker het vermelden waard is omdat het afgelopen weekend nog eens prijs was. Want hij had Frans te doen, en dat is niet zijn lievelingsvak, om het belachelijk zacht uit te drukken.

En dus had hij buikpijn, en deed zijn pols zeer (en dus kon hij er niet mee schrijven, ah nee, natuurlijk niet), en voelde hij zich gefrustreerd en boos, en het weekend duurde al maar twee dagen en dan moest hij nog tijd besteden aan Frans en daar kon hij écht niet tegen en nee, dat hij het had laten liggen tot zondagavond was misschien niet erg slim, maar dat was ook helemaal zijn schuld niet, hoor! Wat denken jullie wel, zeg!

Laat ons zeggen dat ik gisterenavond wel weer extra blij was dat hij naar school gaat, want zulke tirades hebben we hier genoeg gehad toen hij nog thuisonderwijs deed. En op school doet hij het allemaal wel gewoon, en zijn ze lyrisch over hem.

Maar goed, ik verkies dus de vakanties. Waarin iedereen lekker thuis is, want daar zijn we (meestal) nog gewoon het liefst. Waarin we het allemaal rustig aan kunnen doen. Waarin Victor al eens geëntertaind wordt door een of meerdere broers, en dat is altijd mooi meegenomen. Waarin Leon het vaak niet eens de moeite vindt om zijn kleren aan te doen (al een geluk dat hij niet in zijn blootje slaapt). Tenzij het mooi weer is, want dan wordt er buiten gespeeld met de buurkinderen.

Nog negeneneenhalve week en het schooljaar is voorbij. Misschien wil Victor wel een aftelkalender maken als knutselproject. Al hoor ik hem in gedachten al ‘hoeft niet hoor, mama’ zeggen…

Gevoelige baasjes

Hoogsensitiviteit. Sommige mensen vinden het een modewoord, een zoveelste onzinnig label. Belachelijk, een zogenaamd gevoelig zenuwstelsel, die ‘flauwe kinderen’ zijn gewoon het resultaat van al dat gepamper in de opvoeding.

Denk ík dat het echt bestaat, zo van die mensen die de wereld en hun gevoelens intenser beleven dan een ander?

En wie hoogsensitiviteit maar onzin vindt, mag hier een kind naar keuze komen lenen, zolang hij er vriendelijk tegen blijft toch.

Gevoelige baasjes zijn het hier dus, alle vier (Marcel ook, ja), en ik moet zelf niet onderdoen.

Ik kan me nog levendig herinneren dat ik met ongeloof keek naar een vierjarig klasgenootje van Robin, dat zich overduidelijk zelf had aangekleed. Hij had zijn broek achterstevoren aan, een broekspijp zat half in zijn sok, zijn hoodie zat helemaal scheef en het zou me niet verbazen als de mouwen van zijn longsleeve, oh de horror, opgestroopt onder zijn trui zaten.

Ik stond echt versteld.

Niet omdat geen van zijn ouders had opgemerkt dat hij zijn jeans achterstevoren aan had, al vond ik dat wel een beetje vreemd.

Niet omdat hij zich zelfstandig kon aankleden, terwijl Robin dat helemaal nog niet kon.

Wel omdat hij zo onbezorgd zat te spelen terwijl zijn kleren niet bepaald goed zaten. Want dat was met mijn kinderen gewoon ondenkbaar. Vooral Robin heeft heel lang veel problemen gehad met hoe zijn kleren zaten.

In die tijd was het een hele klus om een broek te vinden die Robin lekker genoeg vond zitten. Jeans was sowieso uit den boze, want dan zei hij steevast: ‘ik zit vast!’, stretch of niet.

We moesten ook elke ochtend extra tijd uittrekken om zijn sokken aan te doen, want het duurde eeuwen voor die goed genoeg zaten.

En ook al gaat het intussen een stuk beter, toch is vooral het zoeken van een jas voor Robin geen sinecure. Want van veel stoffen krijgt hij koude rillingen en kippenvel. En nieuwe schoenen zitten ook nooit lekker.

Leon en Victor zijn iets gemakkelijker qua kleren, maar er zijn genoeg dingen waarvoor je gevoelig kunt zijn, zo blijkt. De textuur van eten bijvoorbeeld. Het buitenlicht op een zonnige dag (en een zonnebril zit natuurlijk niet lekker). Plakkerige handjes. Het lawaai van het verkeer op een drukke steenweg, of van een huilend broertje.

Ze zijn ook emotioneel gevoelig. Je hebt kinderen die hun schouders ophalen als de juf boos wordt, en je hebt er die met tranen in hun ogen thuis vertellen dat de juf boos is geworden op een klasgenootje, terwijl dat klasgenootje dat zelf niet eens erg vond. Zo zijn de mijne dus.

Nu ja, ze hebben het dus van geen vreemden. Het zou deze blogpost onnoemelijk veel te lang maken als ik uit de doeken zou doen op welke manieren die hoogsensitiviteit zich bij Marcel en mij allemaal uit, maar ik wou jullie deze uitspraak van Victor niet onthouden, die hij onlangs deed toen we het over hoogsensitiviteit hadden:

‘Papa is zeker hoogsensitief want als ik per ongeluk tegen zijn ballen kom, dan krijst hij heel hard.’

Nee, jongen, dan kreunt hij heel hard, of hij vloekt, dat kan ook.

En ik denk dat alle mannen ongeveer zo zouden reageren, dus een echt kenmerk van hoogsensitiviteit is het wellicht niet. Maar een mooie afsluiter van deze blogpost zeker wel :-).

Douchen

Douchen, ik hou ervan. Dat heerlijk warme water. Kunnen nadenken zonder onderbroken te worden. Of meezingen met mijn Spotify-playlist, ook leuk. Alleen. Zalig.

Ik ben niet de enige hier die graag doucht. Marcel kan zelfs niet functioneren zonder zijn dagelijkse douche ’s morgens, die liefst ook minstens een half uur duurt. Want zonder douche blijven zijn hersenen in een soort slaapstand, met dt-fouten en andere flaters tot gevolg.

Robin doucht intussen ook dagelijks, godzijdank, zelfs zonder dat wij er iets van moeten zeggen. Wie had dat een paar maanden geleden gedacht, zeg? Ik alvast niet.

Leon daarentegen is er met geen stokken in te krijgen, maar eens hij er dan in is, wil hij er niet meer uit. Ik ga er dus vanuit dat het met hem ook wel vanzelf goed komt.

Victor gaat in het algemeen liever in bad, maar doucht ook geregeld samen met mij of Marcel. Zo ook vanmorgen, met mij.

Een speeltje voor onder de douche was niet nodig, hoor. Op mijn vraag wat hij dan in godsnaam ging doen nadat hij gewassen was, sprak hij de gevreesde woorden: ‘Gewoon, met jou babbelen.’

Het kind babbelt de hele dag door met mij, lieve lezer, en je zou denken dat alles dan op een gegeven moment wel gezegd is. Niet dus.

Tussen zijn gekwebbel door, kreeg hij ook allerhande problemen:
‘Aargh! Het water is te warm!’
Nee hè zeg!

‘Ik moet plassen!’
Doe maar, kind, als je maar niet op mij plast.

‘Washandje!’
Water in zijn ogen, ocharm.

En verder dacht hij op een gegeven moment écht dat ik op hem aan het plassen was, had hij opeens zin in een koek (‘een natte koek mag ook’) en uitte hij voor de zoveelste keer zijn bewondering voor mijn tepels.

Ik kan niet zeggen dat ik echt energie heb gekregen van die douche. Ik word begot opnieuw moe van het alleen maar op te schrijven hier. Volgende keer mag hij met Marcel mee.

Geheugensteuntje

Een van de redenen van deze blog is dat ik later wil kunnen teruglezen hoe mijn leven was, en vooral hoe mijn kinderen waren.

Want intussen is Robin Marcel in lengte voorbij, en die stond daar onlangs toch ook versteld van (‘amai, gij wordt ne lange zwik!’). Qua gewicht is hij er wel nog láng niet. Sorry, Marcel.

Maar het is allemaal zo snel gegaan, zeg. Of nee, laat me dat even herfraseren: de dagen duurden soms tergend lang, maar de jaren gingen snel. Als dat steek houdt, tenminste. Voor mij alvast wel.

Daarbij komt nog dat een mens veel vergeet, en zeker een mens wiens nachrust jarenlang veel te vaak onderbroken werd.

Somde kleuter Robin in de douche ook op wat hij allemaal mooi vond aan mij, zoals Victor nu doet? Ik zou het begot niet meer weten. Sprak de vijfjarige Leon sommige woorden ook op z’n Oost-Vlaams uit, precies zoals Andy Peelman van de Buurtpolitie dat doet? Ik weet wel zeker van niet.

Maar goed, deze blog dient dus onder meer als geheugensteuntje, en daarom wil ik alvast al over Robin zeggen dat hij momenteel bij voorkeur al zijn communicatie met laag gemompel doet, dat hij Leon geweldig irritant vindt (wat volledig wederzijds is), maar dat hij wel heel fijn met Victor speelt.

Leon is momenteel bezig met het leren van zo veel mogelijk cijfers van pi (als ik het goed heb, zit hij nu aan 42 cijfers na de komma, en nee, ik vind dat ook geen nuttig tijdverdrijf, maar in plaats daarvan helpen in het huishouden, zag hij niet meteen zitten). Hij blijft wel mijn talenkind, dat nog heel vaak Engels spreekt, en hoewel zijn accent al eens kan wisselen, heeft het momenteel het meest weg van dat posh Engels dat de Queen spreekt. Hij drinkt er nog net geen thee met scones bij, met zijn pink omhoog.

En Victor dan, die nog altijd als een spons uitdrukkingen van ons en van de tv oppikt. Een greep uit wat afgelopen week de revue passeerde:

‘De motoren zijn parti.’ Heeft hij van Marcel, die graag verschillende talen door elkaar spreekt, al dan niet correct.

‘Voilà, se.’ Heeft hij van mij. Ik kan me nog zeer levendig herinneren dat ik ooit smakelijk uitgelachen werd (of zo kwam het toch over) door de juf van de tweede kleuterklas omdat ik blijkbaar altijd ‘Voilà’ zei als ik klaar was met een werkje. Ik zeg het 33 jaar later nog steeds geregeld, en mijn kleuter nu ook. Het hoeft niet gezegd dat ik hem er niet mee uitlach.

‘Mama, jij snoodaard.’ Heeft hij van Robin, en ik weet niet waar die het gehaald heeft. Maar ik hoor het liever dan wat hier voor de rest nog als scheldwoord wordt gebruikt.

‘Begin ni, hè!’ Heeft hij van Leon, en zegt hij, net als Leon, als Marcel of ik met veel enthousiasme een schlager inzetten. Kunnen ze niet tegen, blijkbaar. Jammer dan.

‘Hardnekkige vuilresten en kalkaanslag’. Heeft hij van de reclame, ja. Al zijn hier natuurlijk nergens hardnekkige vuilresten of kalkaanslag te bespeuren, dus waarom hij het soms zegt, is mij een raadsel.

Voilà (jaja), dat moet volstaan voor nu. Maar binnenkort zeker meer spannende verhalen!

Leuk, dat bewuste ouderschap!

Ik ben een bewuste ouder. Al jaren lees ik veel over de noden en ontwikkeling van kinderen, liefst wetenschappelijk onderbouwd. Ik las over hechting en opvoeding en later ook over onderwijs, en vertelde daarover heel veel aan Marcel, die dat zelf allemaal niet wou lezen, maar die toch ook geïnteresseerd was.

Borstvoeding, dragen en samen slapen hebben voor mij geen geheimen meer. OK, dragen wel, ik zou begot niet meer weten hoe je een draagdoek knoopt.

En verder ben ik niet te vinden voor straffen en belonen of voor uitspraken als ‘omdat ik het zeg’ en ‘stop eens met wenen, zo erg is dat nu toch ook weer niet, hè’.

Behalve een bewuste ouder, ben ik ook een ongeduldige, en af en toe autoritaire ouder. Want ik ben ook maar een mens. Maar goed, ik ben me dan toch al bewust van (de meeste van) mijn fouten.

Maar het is hier dus niet altijd peis en vree, voor alle duidelijkheid, met ouders die op zachte doch besliste toon grenzen aangeven en kindertjes die te allen tijde voor rede vatbaar zijn.

Hier wordt gemopperd, geschreeuwd, gehuild, gezeurd, gemept, geklaagd en gemokt. Niet allemaal door mij, trouwens. En ook niet heelder dagen. Maar toch.

Sinds kort worden er ook wat meer sarcastische opmerkingen gemaakt, door Victor dan. En altijd komt het woordje ‘leuk’ erin en worden ze met een verongelijkt gezicht uitgesproken.

‘Leuk, dat ik niet op schoot mag zitten!’
‘Leuk, dat je niet mee wilt helpen met mijn Kaplagebouw!’
‘Leuk, dat ik geen koek meer mag!’
en onlangs, toen ik hem had meegedeeld dat ik geen zin had om samen met hem naar Air Crash Investigation te kijken:
‘‘Leuk, je kind zo mishandelen!’

Dat mishandelen heeft hij van de Buurtpolitie, jawel, waarin onlangs een kind uren aan tafel moest blijven zitten totdat haar spruitjes op waren. Het arme schaap mocht niet eens naar het toilet, en plaste daardoor in haar broek.

Uiteraard heeft dat weinig te maken met in je eentje naar een leuk tv-programma te moeten kijken, en dat had Victor ook wel door. En dus kwam hij er later nog eens op terug, want hij vond toch dat ik hem ook mishandelde, net op dezelfde manier dan nog.

Uiteraard ontkende ik in alle toonaarden. Want willen dat je kind aan tafel blijft tot hij klaar is met eten (en nee, het bord hoeft niet leeg, en ja, een sanitaire pauze is wel toegestaan), vind ik iets anders dan dat Buurtpolitiescenario. Maar goed, Victor is een andere mening toegedaan. Ik ben al blij dat hij niet elke ochtend in de kring iets kan gaan vertellen.

Gelukkig kreeg ik eerder deze week een opsteker in de vorm van Leons rapport, waarin zijn juffen lyrisch waren over zijn zachtaardige karakter, zijn geweldige gevoel voor humor en zijn fijne manier van omgaan met de anderen.

En al spelen mijn goede genen vast ook een rol, toch zijn we wel goed bezig, denk ik dan. Speekmedaille!

‘Jullie waren ook zo, hoor’

Ik heb deze dagen een kind dat bromt en hele avonden met zijn lange lijf in de zetel hangt. Ik heb een kind dat de helft van de tijd Engels spreekt met een accent dat ik niet kan thuisbrengen. En ik heb een kind dat maar niet genoeg kan krijgen van het spelletje ‘ik verstop me op een van mijn vaste plaatsen, en dan roep ik dat mama me mag komen zoeken, waardoor ik meteen verklap waar ik verstopt zit’.

Die eerste twee kinderen vinden dat derde kind bij tijden ontzettend dom. Dat komt omdat ze vergeten zijn dat ze zelf ook ooit zo waren.

Vele jaren geleden speelde Robin verstoppertje met zijn opa, maar vond hem écht niet terwijl die gewoon in de zetel zat met een dekentje over zijn hoofd. Alleen over zijn hoofd, ja.

En onze eloquente Leon, die als kleuter volgens zijn juf toch zo’n enorme woordenschat had, sloot als driejarige menige discussie af met een verontwaardigd ‘En trouwens!’, waarna hij parmantig weg stapte zonder er nog iets achter te zeggen.

Victor is ook bezig zijn woordenschat uit te breiden. Vandaag hoorde ik hem voor het eerst het woord ‘namelijk’ gebruiken, en dan nog twee keer vlak na elkaar, in dezelfde zin.

‘Hallo namelijk… Ik ben namelijk een politieagent van vijfentwintig jaar.’

Hij is nog steeds heelder dagen bezig met politieagentje spelen, ja. En ik weet het, buurtpolitieagent Andy Peelman komt ook niet al te snugger over, maar Victor doet er toch nog een schepje bovenop. Toen hij me onlangs wou inrekenen, ook al had ik helemaal niets gedaan, had hij zijn twee handen nodig om me in bedwang te houden. En dus legde hij zijn revolver maar neer. Vlak naast me. Hèhè.

Maar goed, er is wel een leerproces, want hij heeft wel onthouden dat dat niet zo verstandig was. Nu gaat hij zijn revolver een eindje verderop leggen, om dan daarna terug te komen voor de handboeien. Al een geluk dat ik in het algemeen zo’n brave crimineel ben, die netjes wacht.

Verder kwam hier ook nog het woord ‘stijlvol’ voorbij.

‘Mama, vind je dit een stijlvol vliegtuig?’
Nee, vriend, ik vind dat een lomp legogeval waar veel te vlug blokjes afbreken, maar omdat jij het bent, zal ik doen alsof ik het ook heel mooi vind.

Dat ‘stijlvol’ zal wel van de reclame komen, denk ik. Ik hoorde hier ook al ‘Wie kan rekenen, rekent op Dreft’, en onlangs kwam hij vragen of hij slaapproblemen had.

‘Nee, slaapproblemen heb je niet, maar het duurt de laatste tijd wel heel lang voor je ’s avonds eindelijk wilt proberen om in slaap te geraken, hè.’

‘Ah, want anders is er nu iets op tv dat kan helpen.’

Nee, kind, ik ga u geen slaappilleke geven. Voorlopig toch nog niet…

Dagplanning deel 1

Ik schreef het al eerder tussen de regels door: ik vind het best zwaar om elke godsganse dag een kind thuis te hebben.

Ik vind het wel nog veel zwaarder om elke dag een kind naar school te brengen, waar het totaal niet krijgt wat het nodig heeft en daardoor diep ongelukkig wordt. Dat heb ik veel te lang met vooral mijn arme Robin gedaan, en als ik daar te lang over nadenk, dan wil ik hem helemaal platknuffelen en nooit meer loslaten, maar dat zou hij ongemakkelijk vinden dus doe ik het maar niet.

Bij Victor, die we even goed Robin 2.0 hadden kunnen noemen, maken we niet dezelfde fout, no way José.  En het gaat goed met hem, hij huppelt hier door het huis en is gewoon blij. Alleen ik dus niet altijd.

Vooral het nooit eens echt alleen kunnen zijn, weegt al eens door.

Want zo’n kind houdt je wel bezig. Ik ben totaal geen knutselmama die al koekjes bakkend kinderliedjes zingt. Dat treft wel, want Victor is ook totaal geen knutselkind, hij houdt niet van kinderliedjes en de koekjes van de winkel vindt hij ook best lekker.

Maar hij heeft wel graag een gesprekspartner die steeds paraat staat om de legovliegtuigen die hij heeft laten crashen mee opnieuw in elkaar te zetten of die zijn zelf bedachte sommen uitrekent. En daar heb ik echt niet altijd zin in.

Ik vind het ook niet leuk om tijdens mijn werk steeds onderbroken te worden door een ‘Weet je hoe snel de snelste auto ter wereld kan?’, een ‘Kijk eens, mama!’, een ‘Kun je mijn broek nog eens binden?’ of een ‘Nee, ik moet niet plassen, ik vind het gewoon leuk om aan mijn piemel te zitten.’

Om eerlijk te zijn wil ik eigenlijk niet bezig zijn met de praktische dingen die bij kinderen horen, en ook niet met de praktische dingen die met het huishouden te maken hebben.

Maar uiteraard heb ik niks te willen. Want de kinderen zijn er, en natuurlijk zou ik ze niet meer kunnen missen. Toch niet permanent. En we moeten eten, er moet opgeruimd worden en de kleren moeten gewassen.

En om daar in de toekomst zo min mogelijk brain space aan op te offeren en om minder achter de feiten aan te hollen (‘Miljaar, ik moet de was nog ophangen!’), maakte ik vandaag een dagplanning. Niet dat ik zo hou van structuur en routine (helemaal niet, eigenlijk), maar een mens moet toch wat als ze niet content is met hoe het nu gaat.

De planning is een hopelijk realistisch idee van hoe de dag vlot zou kunnen lopen. Victor krijgt er structureel echte onverdeelde aandacht, zowel binnen als buiten, zodat hij daarna welgezind zelfstandig kan spelen zonder steeds aandacht te komen vragen. Fingers crossed.

Er staat ook een uur ingepland voor mij, om alleen te gaan wandelen. Nee, niet met een kind op zijn fietske ernaast. Alleen. Marcel staat dat uur in voor Victor, en hij kijkt er zeker keihard naar uit, naar die kostbare vader-zoonmomenten.

En verder begin ik elke dag stipt (bwa ja) om kwart voor vijf aan een gezond en evenwichtig avondmaal, waarvoor Marcel de boodschappen heeft gehaald. Zodat ‘WEERAL BOTERHAMMEN?!?’ ‘Sorry, Robin’ (bijna) niet meer voorkomt.

Over een week of twee laat ik weten of het lukt, de planning volgen. Oftewel: of Victor zich een beetje houdt aan wat ik voor hem voorzien heb. Want ik hoor hem in gedachten al zeggen: ‘Ja maar, ik ben juist zelfstandig en in stilte aan het spelen, waarom moeten we nu naar buiten, zeg?’ OK nee, ik hoor hem eigenlijk iets anders zeggen, maar ik wil niet te negatief doen.

Spannend, hè? Wat een avontuur is mijn leven toch. En dan ga ik nu eens kijken wat we gaan eten. Zucht.