
Vorige week stuurde ik een nieuwsbrief over Robin die het moeilijk had met spelling, en daarin gebruikte ik het woord ’achterstand’.
Achteraf bekeken was dat niet het juiste woord. Wat wel zo was: Robin kon als tienjarige duidelijk minder goed spellen dan wat de leerdoelen voorschrijven, en waarschijnlijk ook dan de gemiddelde tienjarige.
Maar toch is dat woord achterstand niet gepast. Omdat het impliceert dat leren iets is dat je maar beter exact gelijk met je leeftijdsgenoten doet. Want anders is de trein vertrokken, hoor, en heb je hem gemist.
Maar leren werkt niet zo. Kinderen ontwikkelen zich grillig, niet lineair.
Kijk maar naar Robin, die op zijn twaalfde wel gewoon kon spellen.
Of naar Victor, die pas begon te praten na zijn tweede verjaardag. Daarvoor kwam er alleen ’mama’ en ’papa’ uit als hij heel veel zin had, en maakte hij ons in zijn zelfverzonnen en uitgebreide gebarentaaltje wel duidelijk wat hij wou.
Maar toen hij met dat praten eenmaal in gang schoot, was hij wel meteen goed vertrokken. En op 2,5 jaar sprak hij in samengestelde zinnen zonder grammaticale fouten.
Ola zeg, van een achterstand naar een voorsprong in een klein half jaar. Dat moet nogal een wonderkind zijn.
Nee gij!
Het punt is dit: elk kind ontwikkelt zich op zijn eigen tempo. De ene is laat met stappen, maar praat je als anderhalfjarige de oren van je hoofd. De andere spelt als de beste, maar vindt cijfertjes maar verwarrend. Nog een ander geraakt de hele basisschool niet over de bok en leest pas vlot op zijn negende.
Maakt het uit op de lange termijn? Vraag het aan Victor, die nu vlot communiceert. Of aan Robin, die inmiddels zonder moeite e-mails typt. Niemand vraagt op hun sollicitatiegesprek: ‘En, op welke leeftijd ben je vlot beginnen te praten?’ Natuurlijk zijn er ontwikkelingszaken waar je alert op moet zijn en waar kinderen hulp bij nodig hebben. Maar de meeste ‘achterstanden’ komen vanzelf gewoon goed.
Je kind hoeft niet ’op niveau’ te zijn. Hij moet vooruitgaan.
Niet ten opzichte van leeftijdsgenoten. Niet ten opzichte van wat de wetgever bedacht dat hij zou moeten kunnen. Maar ten opzichte van zichzelf.
Snapt hij meer dan vorige maand? Kan hij beter tegen zijn verlies dan twee jaar geleden? Kan hij zich wat langer concentreren?
Dat is wat belangrijk is. Hoe zijn ontwikkeling gaat. Zijn individuele ontwikkeling.
En wat ik zo waardevol vind: met thuisonderwijs krijgt je kind de ruimte om op zijn eigen tempo te gaan. Zonder dat je in paniek hoeft te schieten dat hij ergens ’achter’ loopt.
Hij groeit gewoon. Op zijn manier. In zijn tijd.
En jij mag er getuige van zijn.
Tot volgende week!
Elke
Moeder aan de haard
