Daar loopt een herd


Een grammar nazi zou ik mezelf nu niet noemen, maar spelfouten vallen me op als de grijze haren in mijn donkerbruine haardos, en ze doen ook een beetje pijn aan mijn ogen soms. Vooral als ze in de teksten van een van mijn kinderen staan.

Het zal je dus niet verbazen dat ik goed spellen zo ongeveer het belangrijkste vond dat ik mijn kinderen wilde leren in de basisschoolperiode.

Gelukkig was het lot me vrij gunstig gezind, en ben ik gezegend met twee kinderen die wat spellen betreft nogal op hun moeder lijken. Zonder veel moeite schrijven ze zo goed als foutloos. Ik mag in mijn handjes klappen, ik weet het.

Het ding is wel: ik heb dríe kinderen. En de talenten van dat derde kind (mijn lieve Robin) liggen elders. Echt ergens ver weg van spelling. Mannekes toch.

Maar goed, ik zou dat wel in orde krijgen. Want zo moeilijk kon het nu toch niet zijn om de spellingsregels aan het verstand van die oudste van mij te peuteren?

Euh, jawel.

Hij probeerde wel, hoor. Leerden we bijvoorbeeld op maandag dat paard met een d wordt geschreven (want paarDen), dan maakte hij de oefeningen van die les foutloos. 

Maar op dinsdag kon hij dan zomaar opeens ’Daar loopt een herd’ schrijven. Terwijl hij hert eerder natuurlijk wel gewoon goed schreef. Oh, en hij schreef ook ’wolv’. Ook al vond hij ook wel dat dat er raar uitzag, hoor, maar ja, het was toch wolVen?


Net toen ik begon te denken dat er iets mis was met de manier waarop ik spelling probeerde aan te brengen, kwam ik een oud-leerkracht zesde leerjaar tegen. Zij vertrouwde me toe dat haar ervaring was dat ’kinderen ofwel kunnen spellen, ofwel niet. En je kunt héél veel moeite doen, maar je zult er niet veel resultaat mee boeken.’

Haar opmerking deed me besluiten spelling tijdelijk los te laten. Het brein van mijn tienjarige Robin was er duidelijk niet klaar voor. Ik had geen idee wanneer het dat wel zou zijn. Maar voor nu was het eventjes genoeg geweest.

Robin werd ouder. En toen hij twaalf-dertien jaar was, viel opeens zijn euro, en kon hij het wel. Ik kon het niet geloven, maar hij schreef nog maar heel af en toe een fout. Zo van die woorden die bijna alle pubers (en vele volwassenen met hen) verkeerd schrijven.

Zonder extra te oefenen en zonder op elke fout te zijn gewezen, had Robin zijn achterstand ingehaald. Gewoon door te wachten. En door intussen te blijven lezen. Dat zat er wellicht ook wel voor iets tussen.

In ieder geval is dit de boodschap die ik vandaag graag wil meegeven: als er iets niet goed lukt met je kind, dan helpt het vaak om geduldig te wachten tot zijn of haar brein er wel klaar voor is.

Dat is moeilijk, ik weet het. En soms kan het ook niet zomaar, omdat er examens op de loer liggen. Maar als je de kans hebt, toch echt doen.

Robin is nu zeventien, en onlangs konden we allebei smakelijk lachen om een briefje dat hij ooit naar opa schreef, en waarin hij vroeg naar koningklek desijr. Ik had het zes jaar geleden nooit durven hopen.

Tot volgende week!

Elke
Moeder aan de haard

Leave a Comment

Scroll to Top