
Een paar jaar geleden las ik een quote van een BV waarin ze zei dat ze ervan overtuigd was dat vrouwen die op latere leeftijd aan kinderen begonnen betere moeders waren dan wie dat jong deed.
Je raadt het al: ze was zelf bijna veertig bij de geboorte van haar eerste, en had daar ook bewust voor gekozen.
Ik heb daar geen problemen mee hoor, met vrouwen die ervoor kiezen om op wat latere leeftijd moeder te worden. Dat is echt prima en kies je helemaal zelf.
Maar mijn haar komt wel een beetje recht als die vrouwen dan doen alsof het net slim is om te wachten, want zij zijn toch zeker wel betere moeders dan twintigers met kleine kinderen.

Ik zie het zo: er zijn verschillende soorten vrouwen. Er zijn warme, lieve moeders van veertig. Net zoals er warme, lieve moeders van twintig zijn. En in beide groepen zitten ook vrouwen die nog veel te leren hebben wat het moederschap betreft. Leeftijd zegt op zich niet zo veel.
Ik was zelf vierentwintig toen Robin geboren werd, en ik denk dat ik best een goede moeder was toen. Leon kwam er snel achteraan, maar bij Victor was ik toch ’al’ 31. En het moet gezegd: de 31-jarige Elke was een betere moeder dan negen jaar eerder.
Intussen ben ik 42, en als ik zo zot zou zijn om nog voor een vierde te gaan (nog in geen honderd jaar, hoor), dan zou ik een nóg betere moeder zijn. Ja ja, dat kan nog.
Niet omdat ik ouder ben. Wel omdat ik meer ervaring heb. Zekerder ben van mezelf. Gezien heb dat kinderen door vervelende fases gaan die vanzelf overgaan zonder dat je die ’juist’ moet aanpakken. En veel gelezen heb ook, over neurowetenschap, hechting en ouderschap.
Is een oudere moeder een betere moeder? Welnee. Maar ik denk wel dat een oudere moeder een betere moeder is dan zijzélf toen ze jonger was.
En dat geldt volgens mij ook voor thuisonderwijzers.
In het begin was ik onzeker. Ik wist alleen maar zeker dat ik mijn kinderen van school wilde, maar voor de rest had ik geen idee hoe of wat.
Ik probeerde thuis een soort leuk schooltje te creëren. Ik volgde advies van anderen waar ik toch niet helemaal achter stond. Ik hoopte maar dat het goed ging komen, nog net niet met gekruiste vingers.
Tien jaar later denk ik hoofdschuddend terug aan die beginjaren.
Ik vertrouw intussen op mijn eigen oordeel. Ik zie dat mijn kinderen het goed doen. Ik hoef niet meer veel uit te proberen of te hopen of iets werkt. Ik wéét het nu gewoon. Meestal.
Het loopt hier niet altijd allemaal van een leien dakje, hoor. Maar in het algemeen gaat het best goed.
Ik zou zoals die BV kunnen roeptoeteren dat veertigers betere thuisonderwijzers zijn dan twintigers of dertigers.
Dat is niet zo. Maar thuisonderwijzers met ervaring zijn beter bezig dan toen ze pas begonnen. Door ervaring. Door fouten te maken en daarvan te leren.
Misschien wil jij wel leren van iemand die al heel wat jaren ervaring op de teller heeft staan, maar die tóch niet beweert de wijsheid in pacht te hebben. Die niet zegt: ’doe precies zoals ik het zeg, en dan komt het goed’, maar die je in het algemeen herkenning, ervaring en wetenschappelijk onderbouwde inzichten biedt, waar jij dan je eigen ding mee doet.
Dat had ik zelf in die beginjaren graag gehad: iemand die al wat verder stond en me kon geruststellen. Of meejammeren dat het bij haar ook soms miserie was.
En dat is precies waarom ik mijn thuisonderwijsbundel schreef.
Je vindt hier meer info, en het hoofdstuk over de lagere schooltijd kan je gratis lezen. Misschien bespaart hij je wel een paar jaar zoeken.
En als je hem koopt, maar je vindt hem toch maar niets? Dan krijg je je geld terug, zonder discussie. Want ik wil je helpen. Ik wil je niet opzadelen met een schuldgevoel over een miskoop.
