‘Waar vind ik iets om mee te schrijven?’

Toen Leon drie was, sprak de juf me aan hoe indrukwekkend snel hij de namen van zijn klasgenootjes had geleerd.

Robin kon op zijn zesde duidelijk uitleggen hoe het menselijke oog werkte.

Victor van tien vertelde me onlangs in detail wat er precies gebeurt als twee neutronensterren botsen. Het interesseerde me niet, nee.

Maar wat ik wil zeggen: de hersenen van mijn kinderen werken best goed.

Toch zijn of waren volgende situaties uit het leven gegrepen hier, vooral bij twee van mijn drie kinderen:
Een kind dat in onze eigen keuken letterlijk op zoek moet naar de koffielepeltjes (terwijl hij die toch echt wel vaak zelf al had genomen).
Een kind dat maar niet kon onthouden wat er van hem verwacht werd tijdens het avondritueel.
Een kind dat geen idee meer had waar hij op school zijn turnzak had gelegd.

En onlangs: een kind dat vroeg waar hij iets vond om mee te schrijven. We doen thuisonderwijs. Hij heeft een vaste plek in de kast voor zijn thuisonderwijsspullen, inclusief een pennenzak. Hij leek uit de lucht te vallen.

Zucht.

Herkenbaar voor jouw kinderen? Mail het me dan maar, want gedeelde smart is halve smart.

Maar weet: het is geen domheid, geen onwil en ook geen gebrek aan motivatie. ’t Is te zeggen: dingen waarvoor ze gemotiveerd zijn, gaan beter hoor. Maar motivatie alleen is hier niet het sleutelwoord.

Want al die dingen – de koffielepeltjes, de turnzak, de pennenzak – hebben één ding gemeen: ze vragen allemaal om executieve functies.

Dat zijn van die vaardigheden die je nodig hebt om je gedrag te plannen en te sturen. Er zijn er veel, zoals taakinitiatie, werkgeheugen en emotieregulatie.

Zoals met zo veel dingen ontwikkelen executieve functies zich vanzelf verder terwijl kinderen opgroeien. Maar intussen kan je kind er wel last van hebben als hij zwakke executieve functies heeft. En jij als ouder ook.

Zelf las ik jaren geleden het boek Slim maar van Peg Dawson en Richard Guare, waar tal van nuttige tips in staan om je kinderen te helpen hun zwakke executieve functies te ontwikkelen, aangepast aan hun leeftijd.

Bij ons werd het onder andere een afvinklijstje wassen-tanden poetsen-pyjama aandoen en minder ogengerol van moeders. Nee, dat laatste is niet waar. Ik was natuurlijk altijd al heel geduldig…

Hier thuis is het met Robin van intussen 17 helemaal goedgekomen. Hij heeft al lang geen lijstjes meer nodig en heeft zijn zaakjes goed op orde.

Bij Victor is er wel nog werk aan de winkel. Oh, en bij mijn man Marcel ook, want die verdenk ik stiekem ook van een aantal zwakkere executieve functies. Maar ik vrees dat afwachten tot het beter wordt bij hem een utopie is…

Maar goed, ik vind het echt een aanrader, dat boek.

En mocht je zelf ook een Marcel in huis hebben: veel sterkte. Echt.

Leave a Comment

Scroll to Top