Het komt op een scherm in mijn hoofd

Een paar weken geleden waren we bezig met het herhalen van wiskunde derde graad. Robin en Leon hadden alle leerstof grondig geleerd en veel oefeningen gemaakt. En nu het examen in zicht kwam, was het tijd om allemaal oefeningen door elkaar te maken.

Bij het eerste vraagstuk had ik verwacht dat ze meteen aan de slag zouden gaan in hun schrift.

Toen dat niet gebeurde, vroeg ik: ’Hoe zou je hieraan beginnen?’

Het bleef stil. IJzingwekkend stil (wel ja). En lang ook.

Dit was mijn monologue intérieur (we zijn ook met derde graad Nederlands bezig, ja): ’Het kan nu toch niet zijn dat ze geen van beiden niet weten hoe ze hieraan moeten beginnen?!? Maar enfin zeg, nu staren die leeg voor zich uit. Dit kán toch niet? Ze konden dit soort vraagstukken gisteren toch nog? En het is over vier dagen examen, begot… Miljaar!’

’Hebben jullie echt geen enkel idee?’

Leon: ’Wacht even, ik ben aan het denken.’ Robin bromde instemmend.

Even later kwam er ’ik weet het!’, en toen kind 2 ook aangaf klaar te zijn met zijn berekeningen, gaven ze allebei het juiste antwoord. Niet hoe ze eraan moesten beginnen. Meteen de einduitkomst.

Kinderen! Dat vroeg ik niet! Hou jullie moeder toch niet zo in spanning! En reken toch ook niet altijd alles uit in jullie hoofd, zeg!

Bovenstaande anekdote illustreert mooi een van de vele redenen waarom mijn jongens niet goed pasten op school. Ze sloegen tussenstappen over, vonden het totaal onbelangrijk die op te schrijven of wisten zelf niet goed hoe ze tot de juiste uitkomst kwamen (’het kwam op een scherm in mijn hoofd’).

De juf was daar niet mee akkoord. Ook niet als de einduitkomst juist bleek te zijn. Geen tussenstappen? Minder punten. Frustrerend.

Ze zijn intussen vele jaren ouder, en het gaat de laatste jaren een stuk beter om precies op te schrijven wat er in hun hoofd gebeurt. Of om op te schrijven welke tussenstappen de methode voorschrijft. Zoals je kon lezen, doen ze dat nog niet altijd spontaan. Maar ze doen het wel als ik er expliciet naar vraag (en intussen ook smekend met puppy-ogen naar hen kijk).

Hier thuis mogen ze normaalgezien op hun eigen manier tot de oplossing komen. Ze maken de oefeningen zoals zij het het makkelijkst vinden. Dat is soms met tussenstappen. Maar meestal niet. Of half.

Heel fijn dat dat met thuisonderwijs gewoon kan. Sommige kinderen denken nu eenmaal niet in nette stapjes op papier. Dat maakt hun antwoord niet minder juist.

Intussen is het examen wiskunde achter de rug, en ze zijn allebei met glans geslaagd. En zoals Marcel zou zeggen: ‘Het is het resultaat dat telt.’ Normaal ben ik het niet per se eens met die uitspraak (als je kind heel hard heeft gewerkt maar niet slaagt, is dat toch echt anders dan als hij er met zijn klak naar heeft gesmeten), maar nu wel hoor. Hoera!

Leave a Comment

Scroll to Top